Vier-en-veertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 17
XK
De inning der contributies blijft als vroeger door de Correspondenten geschieden, die rechtstreeks met het bureel in betrekking staan, zoodat de ringen en provinciale comité's al hun kracht kunnen oonoentreeren op de propaganda. Tot op dit oogenblik zijn de volgende ringen reeds gevormd : Friesland: Dokkum, Drachten, Franeker, Heerenveen, Leeuwarden, Lemsterland, Sneek, Veenwouden en Z.-W. Hoek ; Groningen : Appingedam, Grootegast, Groningen, Warffum en Stadskanaal : Drente : Assen, Hoogeveen en Meppel; Overijsel: Almelo, Hardenberg en Zwolle ; Gelderland : Apeldoorn en Arnhem ; Utrecht: Amersfoort, Breukelen, Utrecht en Zeist; Noord-Holland: Alkmaar, Haarlem, Haarlemmermeer en Hoorn; Zuid-Holland: Alphen, Bodegraven, Gharlois, Gorinchem, Leiden, Naaldwijk en IJsselmonde; Zeeland : Goes, Tholen, Walcheren, Zierikzee en Zeeuwsch-Vlaanderen. In de provincie's Groningen, Friesland, Drente en Zeeland zijn de Prov. Comité's zoo goed als gereed. Voor Groningen is Ds. J. J. Miedema ails voorzitter en de heer A. de Graaf als secretaris werkzaam. In Friesland zijn twee Provinciale Comité's, waar Ds. H. M. Dethmers als voorzitter en Mr. P. S. Gerbrandy als secretaris fungeeren voor Friesland ten Zuiden. Voor Friesland ten Noorden zijn Dr. W. A. van Es en de heer S. Bolman respectievelijk als voorzitter en secretaris benoemd. In Drente onistond eene vacature voor directeur, maar de heer G. F. Hummelen bleef daar secretaris. Verder werden door Directeuren als secretaris benoemd voor Overijsel Ds. G. W. E. Ploos van Amstel; voor Gelderland Ds. J. G. Kunst; voor Zuid-Holland ten Noorden Ds. J. H. Jonker ; voor Zuid-Holland ten Zuiden Ds. M. Gravendijk; voor Zeeland Ds. A. G. Hey. Spoedig hopen Directeuren ook in Noord-Holland en Utrecht een secretaris te vinden. Door de langdurige ongesteldheid van onzen amanuensis heeft de doorvoering der nieuwe organisatie zeer geleden, doch wij koesteren het voornemen om haar nu weder krachtig ter hand te nemen. De verbouwing van de beide perceelen 162 en 164 aan de Keizersgracht, waarin de Universiteit is gevestigd was bij het eindigen van het jaar 1923 nog in vollen gang. Het was eenigszins een waagstuk om te trachten van twee, geheel onafhankelijk van elkaar gestichte huizen, een doelmatig ingericht geheel te maken. Doch de geldmiddelen lieten nieuw-^bouw niet toe en daarom moest wel deze weg worden ingeslagen. Gelukkig is het beoogde doel bereikt, en zijn de noodige loka-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1924
Jaarboeken | 378 Pagina's