Jaarboek 1930 - pagina 39
37
II. zooveel mogelijk invloed te oefehen op de levensgeibieden, die door de toepassing van wetensdh a/iopclijke metho'd'en en resultaten worden beheerscht: om III. te verhinderen, dat de leiding der maatschappü totaal in handen komt eener wetenschap en van universiteiten, die wij — hoeveel eeribied hun werk ons afdwingt — moeten weigeren als leiders te aanvaarden, omdat God en Zijn Woord er niet bij tot hun recht komen en omdiat zij geen plaats geven aan den persoon en het werk van den Ohristus der Schriften. Maar kan die Gereformeerde wetensdhap zioh dan niet vergissen? En moet dan maar zoo zonder vooribe'houd haar leiding door U worden aanvaard? Ik wil op dit vraag igraag een duidelijk antwoord geven. Laat dit zóó mogen luiden: het is uitgesloten, dat izij niet telkens en telkens weer dwalen zou. Maar aan de gulle erkentenis daarvan meen ik terstond iets toe mogen voegen ook. Het is niet ieders werk om dat te constateeren. Want wetensöhappelijk we.rk is fijn werk. En er behoort scherpzinnigheid zoowel als oefening toe, om het na te kunnen rekenen, zoowel als om het te kunnen dóen. Indien wij er dus van zouden uitgaan, dat ieder, die met liefde voor de Gereformeerde wetensdhap bezield is, of dat honderd mensöhen samen, die zulke liefde koesteren, zouden kunnen uitmaken, of eenige stelling met het ideaal dier wetenschap in overeenstemming zou wezen, zouden wij slechts verwarring in 'het leven roepen. Zelfs den beoefenaar dier wetenschap uit een amdere faculteit — en de stiohtiirg onzer vierde faculteit doet mij dit zelfs met bijzonderen nadruk zeggen — past in deze groote bescheidenheid. Want het is niet zóó, dat het dwalende resultaat opeens een meening aan den man zal trachten te brengen, bijv. dat God voor ons niet kenbaar is, omdat Hij zich niet aan ons heeft geopenbaard; of dat de beste inrichting van den staat in de dictatuur van het proletariaat is to vinden; of dat een mensöh geen onsterfelijke ziel heeft; of dat de schepping eeuwig is. De dingen liggen hier oneindig verwikkelder. De eenige manier, waarop wij op dit gebied een bevredigenden toestand in het leven kunnen roepen, en de gevaren bezweren, die zrich hier zoowel aan den eenen als aan den anderen kant voordo-en, is deze: dat wij trachten te verkrijgen, dat onze Gereformeerde actie op allerlei gebied van kennis de beschikking hehlbe o^ver een breeden kring van wetenschappelijke onderzoeters, die in staat zijn om met bennis van zaken over eenige meening of eenige publicatie te oordeelen. Laat dan, bij het voorttrekken in marschorde. of bij het slag leveren, een énkele, of een kleine groep het vspoor eens "bijster worden of deinzen; ziedaar anderen om die op te vanjgen en weer mee te sleepen, of om ze op den rechten weg terug te brengen. Tot zoover over de opleidingstaak onzer Universiteit en hetgeen met het oog daarop omtrent de verhouding van haar en haar .vrienden opmerkenswaardig leek. Ook als wetenschappelijk onderzoeksinstituut
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Jaarboeken | 146 Pagina's