Jaarboek 1930 - pagina 36
34 beginselen staat het natuurliijk anders. Die kan wel algemeen aangebraclit, en die mag dan ook en moet zelfs van allen worden geëischt. Wie als „afgestudeerd" onze Universiteit verlaat beüoort, ook al vinden die beginselen in zijn eigen ziel en inzicht geen weerklank, binnen de grenzen der redelijkheid, te wéten welke zij zijn en welke hun draagkracht voor de wetenschap in het algemeen en voor het door Lem gekozen vak in bet bijzonder is. De colleges moeten hem die kennis voldoende hebben bijgebracht en op zijn examens moet gebleken zijn, dat zijn studie in dit opzicht eenig resultaat heeft achtergelaten. „Voor zoover mogelijk liefde voor de Gereformeerde beginselen inboezemen, en zorgen, dat er binnen de grenzen der redelijkheid kennis dier beginselen is'': het spreekt vanzelf, dat daarmee aan onze Universiteit een propagandistisch karakter wordt toegeschreven. Over dit onderdeel van mijn thema, ter voorkoming van misverstand, echter ook nog een opzetteüjk woord! Het begrip „propaganda" heeft in de wandeling gaandeweg een beetje een eigenaardigen bijsmaak gekregen. Voor een propagandist, zooals wij hem ons tegenwoordig plegen voortestellen, zijn wel de meest gezochte eigenschappen: handigheid en geschiktheid om de menschen de zaken door zijn oogen te laten bekijken. Maar ziedaar nu juist twee dingen genoemd, waarop een goed academisch docent voor zichzelf en zijn leerlingen bij uitstek weinig happig is. Hij wil zeker een werver wezen, maar hij gaat daarbij niet verder dan dat hij zegt: wij moeten het deel der schepping Gods, met welks studie wij ons bezig houden, naar déze beginselen en naar déze methode bun geheimen traahten te ontlokken. Hij wil zijn leerlingen niet in de eerste plaats aan zekere, door hem verkregen resultaten binden. Maar hij strijdt er alleen voor, dat zij bij het licht der Goddelijke Openbaring, naar de grondovertuigingen van het Gereformeerde Protestantisme daaromtrent, op welk klein gebied ook, dat zij zich ter bewerking hebben gekozen, 'het dieplood tot op den bodem zullen laten zakken: de bronnen, de oorspronkelijkste gegevens, zullen opzoeten en dan hun oogen en hun ooren den kost geven. Want dat is het wezen van aUe Gereformeerd wetenschappelijk onderzoek: rekening houden met, zelfs uitgaan van de Gereformeerde beginselen, als daar zijn: de souvereiniteit van God en het feit, dat Hij zich in zijn Woord geopenbaard heeft en wat dies meer zij; en dan voorts tot de bronnen gaan en zelfstandig onderzoeken. Ik zeg dit zonder eenige aarzeling. Er zou tot zulke aarzeling anders wel eenige aanleiding zijn. Want het houdt consequenties in, die onze wetenschapsbeoefening niet altijd alleen tot een genoegen maakt. Wie deze overtuiging koestert toch moet wel eens in verzet komen tegen meeningen, die veel aanhangers hebben; hij botst daardoor wel eens tegen opinion, die oud en diepgeworteld zijn. En zulk verzet, zoon botsing brengt veelal pijn mee. De mensohbeid leeft eigenlijk maar van weinig denkbeelden. Daar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Jaarboeken | 146 Pagina's