Jaarboek 1930 - pagina 28
26 Mr. Th. H e e m s k e r k beantwoordde de sprekers, erop wijzend dat de wensch van den heer Oskam ook leeft in het hart van Curatoren, maar sleohts ten deele verwezenlijkt kan worden. Er wordt gewerkt aan de Wis- en Natuurkundige faculteit. Wij moeten ons niet de ülusie maken, dat daarnaast spoedig 'een volledige medische faculteit mogelijk is. We hebben daarvoor meer hoogleeraren noo^dig dan wij kunnen bekostigen. Spr. dankte de predikanten Goslinga en Hagen voor het in Curatoren uitgesproken vertrouwen. Spr. heeft echter een anderen kijk op de rede van Prof. van Schelven dan Ds. Hagen. Spr. heeft bezwaar tegen het^jjieeld van een fort, omdat dat de eigenschap heeft, dat men er in blijft zitten. Spr. vreest, dat we dan niet verder komen met den uitbouw der Geref. beginselen. De rede van den voorzitter handelde over het recht om vergissingen te maken. Daarnaast bestaat echter een roeping g e e n vergissingen te maken en denkbeelden te verkondigen die juist zijn. Toch begrijpt Spr., dat de voorzitter in die ricihting gepleit heeft. Een middel om geen verkeerd pad in te slaan is: blijven zitten, maar ook als men van een uitgangspunt als de Geref. beginselen, uitgaat, is dat een ontdekkingstocht en kan men zich vergissen. Groen heeft eens gezegd: „De vreeze des Heeren is het beginsel der Wetenschap", maar het beginsel is de geheele wetenschap niet. Kuyper en Rutgers hebben eenige beginselen onder ons volk gepredikt. Wat zij deden was echter makkelijker dan wat nu gedaan moet worden. Zij hadden de hoofdbeginselen te stellen, maar zij wisten dat de uitwerking moest komen. Zij hebben daar wel lijnen voor aangegeven, dooh er is heel veel, dat nog nader uitgewerkt moet worden. Het komt er dus op aan dat dit gebeurt. Wij hopen, dat de Hoogleeraren, geleid door het kompas der Geref. beginselen, op het juiste punt aankomen. Spr. heeft niet waargenomen, dat de voorzitter daarvan niet doordrongen is. Het eenige is, men kan zich vergissen, dat heeft niets te maken met een in twijfel trekken van de vastheid der grondslagen, maar is een erkenning dat menschelijk werk onvolmaakt is. Spr. hoopt, dat de professoren hoe langer hoe meer hun ontdekkingstocht zullen voortzetten. De V o o r z i t t e r zal niet veel zeggen. Het speet Spr., dat Ds. Hagen niet even bij hem gekomen is, want dan hadden ze samen deze zaak kunnen ophelderen. Hij merkte voorts op, dat het door hem gebruikte beeld van een fort, van Dr. Kuyper was overgenomen, die het ook gebruikte met betrekking tot de Calvinistische wetenschap. De Voorzitter richtte zich dan in een slotwoord voor deze morgenvergadering tot den heer Colijn en zegt, dat wij het betreuren dat de heer Colijn weggaat. Maar hij heeft al een jaar gediend boven den tijd, dien hij dienen moest, en Spr. kan het verstaan, dat de heer Colijn nu afgelost wil worden. Spr. dankt den heer Colijm voor het vele, dat deze voor de V. U. heeft gedaan. Een verzoeting van de scheiding is, dat we
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Jaarboeken | 146 Pagina's