Jaarboek 1930 - pagina 24
22
§ 5. De Jaarvergadering te Utrecht. (3 en 4 Juli 1929). Als Midden-Zomer aanbreekt en de prettige vacantie-tijd ingaat, waarin zoo mogelijk in heerlijke natuurpracht heilzame ontspanning gezocht en verkwikkende rust genoten wordt, pleegt ons Calvinistisch volk saam te komen om eerst nog met de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerden grondslag een jaar van arbeid af te sluiten. Dat doet bet zoo al jaren en van die gewoonte werd ook thans niet afgeweken. De Universiteitsdagen werken samenMndend, en vooral in een verkieizingsjaar als 1929 was, is de begeerte nog sterker om elkander te ontmoeten en in broederlijk samenzijn de inspannende verkiezingsdagen te besluiten. De opkomst naar den Universiteitsdag te Utrecht was dan ook groot. De samenkomsten vingen op 3 Juli in het gehouw voor Kunsten en Wetenschappen aan met het houden van de wetenschappelijke samenkomst, waarvan in § 14 verslag wordt gegeven. Be Bidstond. In den vooravond van de jaarvergadering werd in de Zuiderkerk aan den Krommen Rijn een bidstond gehouden. Als voorganger trad op Dr. H. Kaajan, Geref. predikant te Utrecht. Na een korte inleiding opende de voorganger de Schriften in Openb. 3 :11b; Houdt dat gij hebt, opdat niemand uwe kroon neme. Onder de groote zegeningen, welke wij. Gereformeerden, van onzen God ontvangen mochten, neemt onze Vrije Universiteit zoo niet de eerste, dan toch een zeer voorname plaats in. Eén Christelijke Universiteit is meer waard dan honderd legers des heils (Dr. H. Bavinck). Wie waagt den zegen af te meten die deze Gereformeerde Universiteit allerwegen heeft mogen verspreiden! Wij hebben in onze Vrije Universiteit een echt-Gereformeerde, Calvinistische Hoogeschool, klein en gering in haar aanvangen, onder pijnlijke weeën geboren, maar door Gods rijke gunst tot een flinke Universiteit uitgroeiend. Daarom is zij onze kroon. Juist omdat wij in haar bezitten een niet genoeg te waardeeren schat, moeten wy haar vasthouden. Onze lands-universiteiten waren onbruikbaar geworden. De theologische faculteiten waren hier in de 19de eeuw achtereenvolgens rationalistisch, Groningsch, deterministisch, modern, critisch, ethisch, al wat men wil, maar Gereformeerd waren ze niet. Onze Universiteit behoeft echter niet mee te golven met al de deiningen van de wetenschappelijke gedachtenspinsels, die aan onze Rijks-Universiteiten den oppertoon voeren. Ook is zij een duur verkregen schat. Dr. Kuyper noemde ze een geloofssiuk. Ze was een schola mUtaus, een Hoogeschool onder het kruis. Daarom is zij een heilig pand, ons toebetrouwd. Wat dreigt ons dan met het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Jaarboeken | 146 Pagina's