Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Jaarboek 1930 - pagina 75

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jaarboek 1930 - pagina 75

3 minuten leestijd

73

Prof. G. gaat dan exegetisch na, wat in deze beide plaatsen door middel der bedoelde uitdrukking eigenlijk gezegd wordt en komt tot de conclusie, dat de uitdrukking „volheid des tijds" in deze plaatsen ziet op den tijd Gods, nl. dat God onafhankelijk van wien ook. Zijn plan op Zijn tijd uitvoert, zonder dat aangegeven wordt, waarom het juist toen Gods tijd moest zijn. Uit verschillende verwante schriftplaatsen licht de hoogleeraar deze exegese nader toe, met name ook uit de teksten, die over de tweede volheid des tijds, over de wederkomst van Christus, handelen. In verband met de vraag, of de volheid des tijds dan niet toch en tegelijkertijd op de bepaalde geschiedenisomstandigheden van dien tijd kan slaan, zegt de referent, dat men zeer zeker geen verheffenden indruk krijgt van het Joodsche volk in Jezus' tijd; terwijl eenerzijds de leidslieden, de farizeeën, het Woord angstig bewaarden, doch in handel en wandel er tegen ingingen; anderzijds (de Sadduceeën) op meer dan één punt van het Woord afweken zuchtte het vrome volk onder een juk van inzettingen, te zwaar om te dragen, terwijl een groote schare van onverschilligen (de „zondaren" van het Evangelie) zich aan de wet niet stoorde. Maar — in de dagen van Achab en Elia was het zeker niet minder treurig. „Het blijft ons verborgen, waarom Jezus niet kwam, nadat Elia had gepredikt, waarom Johannes de Dooper zijn voorlooper moest zijn". En voor wat de heidenen betreft, het beidendom was toen diep ingezonken, doch worden in Rom. 1 niet dezelfde zonden bestraft, waarom reeds Sodom en Gomorra verwoest werden? Grieksch was wereldtaal, doch •—• in een vroegere periode was het Babylonisch-Assyrisch, in een latere het Latijn de wereldtaal. Het Christendom trad op in een tijd van verfijnde beschaving, doch — is onze tijd in dit opzicht minder? Ongetwijfeld ontmoette het Evangelie vele gunstige factoren, maar — ook vele ongunstige, gelijk in vele andere tijden eveneens het geval zou hebben kunnen zijn. De omstandigheden van den toenmaligen tijd verklaren niet voldoende, waarom die tijd met uitsluiting van alle andere tijden de volheid des tijds of der tijden heet. Er is een oude gewoonte, om bij deze uitdrukking allerlei omstandigheden ter toelichting aan te voeren — en niemand kan dat beletten, — doch schriftuurlijk is, om hij deze uitdrukking alleen te denken aan God, Die op Zijn tijd den Christus komen doet, terwijl de uitdrukking ons niet veroorlooft, om te zeggen, waarom juist op dien tijd de Christus komen moest, aangezien de reden daarvan ons niet is geopenbaard. Referaat Br. Coops. 's Middags werd het referaat van Dr. J. C o o p s besproken. In dit referaat wordt eerst naar voren gebracht dat cultuur, opgevat als omvattend alle arbeid die door menschelijke krachten aan de natuur wordt besteed (Bavinck) en verricht met het doel de aarde te onder-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930

Jaarboeken | 146 Pagina's

Jaarboek 1930 - pagina 75

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930

Jaarboeken | 146 Pagina's