Jaarboek 1930 - pagina 65
63
Prof. L. van der Horst.
Prof. Dr. L. Bomrum,
WOENSDAG. 4 u. Forensische Psy- Algemeene Psyohopathochiatrie. logie Casuïstiek. DONDERDAG. 4 tot SJ u. Psychologie. Algemeene Psychologie.
§ 13. Lotgevallen der Universiteit. Rede van Prof. Dr. G. Ch. Aalders, ter oveidracht van het Rectoraat der Vrije Universiteit aan Piof. Dr. H. J. Pos op Woensdag 18 üeptembet 1929.
Mijne Heeren Directeuren, Curatoren, Hoogleeraren, Doctoren, Dames en Heeren Studenten, en allen die door uwe tegenwoordigheid van uwi9 belangstelling in onze Hoogeschool blijk geeft; zeer geachte en zeer gewensolite toehoorders. Als ik u vraaig met mij een terugblik te werpen op het Academiejaar dat achter ons ligt, is wel het allereerste waardoor ons oog getroffen wordt, de ledige plaats, ontstaan door het overlijden van Prof. Dr. G. H. J. W. J. Geesink, emeritus-hoogleeraar in de faculteiten der Theologie en der Letteren. Den 23 Januari heeft hij het tijdelijke met het eeuwige verwisseld, en den 26 Januari is zijn stoffelijk overschot aan de aarde toevertrouwd. Bij zijn nog geopend graf gewaagde ik van den rouw, die onze Universiteit getroffen had, en wees ik op de beteekenis van Prof. Geesink als g e l e e r d © en als m e n s e h. Het zij mij vergund het toen door mij gesprokene thans in hoofdzaak te herhalen. Met Prof. Geesink is ons ontvallen een der laatsten van dat oudere geslacht, dat in harden kamp.en door noesten arbeid onze Universiteit een plaats heeft doen veroveren. En, wat men ook gezegd hebhe van de latere periode onzer Hoogeschool, alsof zij zich toen met mannen van de middelmaat zou hebben moeten vergenoegen, Prof. Geesink was in ieder geval een geleerde, wiens wetenschappelijke schouders een heel eind boven anderen uitstaken. Het pleit wiel voor de universaliteit van zijn geest, dat hij, die zijn wetenschappelijken arbeid als kerkhistoricus begon, later tot de beoefening der ethiek en ook der wijsbegeerte gieroepen werd, en zelfs zich een tyd lang ook met de NieuwTestamentische vakken belast zag, op elk dezer uiteenloopende terreinen zich met gemak wist te bewegen. Deze veelzijdigheid was alleen mogelijk door zijne groote belangstelling voor het leven; waarin hü zich ook gaarne bewoog. Het grijpen in het leven kenmerkte in bizondere mate zijne colleges; en die bepaalden zich waarlijk niet tot het leven van het verleden, maar badden altoos innige aanraking met het leven van het heden. Prof. Geesink gaf steeds aan zijne studenten wijze levenswenten mee. Ook het leven der studenten zelf ging hem voortdurend sterk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Jaarboeken | 146 Pagina's