Jaarboek 1930 - pagina 73
71 ziende, verheffen wij onze harten in een stille bede tot Hem, om Wiens eer het onze Hoogescliool te doen is, dat Hij er Zijn onmisbaren zegen over verleene! En zoo kom ik nu tot het laatste, daA ik als rector beb te verrichten: het overdragen van mijne waardigheid aan mijn opvolger, Prof. Dr. H. J. Pos, die daartoe op voorstel van den Senaat door Directeuren werd benoemd. Het treft wel eigenaardig, dat daarmee de jongste in jaren van ons aUen over ons aUen den scepter zwaaien izal. Als men rekening houdt met den noodlottigen afloop waartoe de door Rehaieam gevolgde raad der j o n g e r e n voerde, zou het kunnen zijn dat men met ihet oog op deze omstandigheid wellicbt eenige beklemdheid bij zich voelde opkomen. Maar, hooggeachte collega Pos, de groote nauwgezetheid en volijverige plichtsbetrachting, die wij allen steeds in u hebben leeren waardeeren, stellen ons gerust: wij weten dat gij, die u gaarne zet tot „bezinning", u aan geen „onjjezonnenlieden'' 'zult schuldig maken. Daarom leg ik vol vertrouwen de rectorale waardigheid in uwe handen, en terwijl ik u, Hendrikus Josephus Pos, het teeken daarvan omhang, proclameer ik u als rector voor den cursus 1929/30. „Salve Rector, iterum iterumque Salve" •—• „vivat, cresoat, floreat, Academia nostra!"
§ 14. Wetenschappelijke Samenkomst. (3 Juli 1929). Voorzitter was P r o f . D r . V. H e p p , hoogleeraar aan de V. U., terwijl referaten geleverd werden door Prof. Dr. F. W.^" G r o s h e i d e , hoogleeraar aan de V. U., over: „De Volheid des tijds volgens de H. Schrift" en D r . J. C o o i j s , benoemd hoogleeraar in de op te richten wis- en natuurkundige faculteit aan de V. U., over „Chemie en Guituur". Prof. Dr. Hepp deed bij den aanvang der vergadering zingen Psalm 84 : 3 , waarna hij voorlas een gedeelte van Galaten 4 en voorging in gebed. Hij sprak hierna een kort woord van welkom. Referaat Prof. Grosheide. Prof. Grosheide begint met te teekenen, wat men gewoonlijk onder de „volheid des tiJds" verstaat, nl. het geheel van al de bijzondere wereldomstandigheden tijdens de komst van Christus, en stelt dan de vraag, of de H. Schrift inderdaad met de bedoelde uitdrukking aan die opvatting grond geeft. De uitdrukking „de volheid des tiJds" komt slechts eenmaal in het N. T. voor, nl. Gal. 4 : 4, terwijl op een andere plaats, nl. Ef. 1 :10, een uitdrukking voorkomt, die er veel op lijkt.
•
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Jaarboeken | 146 Pagina's