Jaarboek 1930 - pagina 71
te erlangen, m o e s t promoveeren. Houden we daarmede rekening, dan mogen we zeggen, dat de cursus 1928/29, gemeten naar den maatstaf van wetenschappelijke aandrift en lust tot studie, in ieder geval 1909/10 heeft geklopt Ik geloof mij niet aan luchthartig optimisme schuldig te maken, wanneer ik thans concludeer, wat mijn voorganger nog niet durfde doen, dat de vrees van diens voorganger, als zou de in de jaren '24.—26 geconstateerde aanzienlijke daling van het aantal promoties niet aan toevallige factoren, maar aan bedenkelijke redenen van economischen en negatief-weten^shappelijken aard zijn toe te schrijven, gelukkig is beschaamd. Er blijkt wel terdege wetenschappelijke belangstelling bij onze studenten te bestaan; en, al zou ik niet durven ontkennen, dat er onder hen zijn, die het meer in de breedte dan in do diepte zoeken, van een ongunstigen invloed daarvan op het algemeene peil schijnt gelukkig geen sprake te zijn. Als een ander tot blijdschap stemmend blijk van ernstigen studie-lust onder onze studenten mag ik noemen, dat een van hen, de heer S. U. Zuldema, student in de theologie, voor de beantwoording van een der aan de Universiteit van Groningen uitgeschreven prijsvragen eene eervolle vermelding verwierf. Wij wenschen hem en de zijnen met het behaalde succes van heeler harte geluk en rekenen het onze Universiteit tot eer! In verband met de examens verdient nog melding te worden gemaakt van het feit, dat het Curatorium van de Theologische School te Kampen, naar aanleiding van een voorstel van den Senaat onzer Hoogeschool, om te komen tot gelijktijdige afschaffing van liet admissie-examen, het navolgende besluit (heeft genomen: I. het admissie-examen tot de Theol. School, gelijk het thans afgenomen wordt, af te schaffen; II. te trachten om in samenwerking met de V, U. te komen tot een gemeenschappelijk toelatingsexamen, af te nemen door daarvoor speciaal te benoemen examinatoren uit de leeraren van Christelijke Gymnasia of Lycea, welke lid zijn van een der Gereformeerde Kerken; III. voor dit examen in overleg met de V. U. een nadere regeling vast te stellen; IV. voor deze nadere regeling een Commissie te benoemen uit het college van hoogleeraren en het college van curatoren, die iu een volgende vergadering met definitieve voorstellen zal komen. Als referent der f a t a past het mij niet mij uit te laten over de punten II—IV van dit besluit. Ik geef alleen het besluit, zooals liet aan onzen Senaat is medegedeeld. Dat behoort tot hetgeen geschied i s ; wat k a n gesohieden, b e h o o r t te geschieden, of z a l geschieden, daarover zwijg ik onveïbiddelijk. Wat echter punt I betreft, de afschaffing van het admissie-examen in zijn huldigen voi-m, hier kan ik niet anders dan mijn blijdschap uitspreken over het besluit der Kamper curatoren; het mag ons tot groote voldoening strekken, dat tzij de onhoudbaarheid vaji het tegenwoordige admissie-examen hebben er-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Jaarboeken | 146 Pagina's