Jaarboek 1930 - pagina 34
32 en 'haar vrienden niet zoo gemakkelyk is. Bepaald schrikaanjagend komt 'het echter op ons aan als we, zooais nu, ook met de natuurwetensöbappen te doen krijgen. Dus, ook uit dien hoofde, hoe moet het rapport tusschen de Universiteit en haar vrienden werken, zal het de eerste in de vervulling van haar taak niet belemmeren, maar integendeel steunen? Al t a n ik dat onderwerp op het ooge^niblik natuurlijk op geen stukken na volledig behandelen, het lijkt, mij toch volstrekt niet te onpas, dat ik er iets over 'zeg. In twee woorden kan ik, naar ihet mij toeschijnt, de taak onzer Universiteit gevoeglijk samenvatten. Zij heeft ziclh bezag te houden met opleiding vóór de maatschappij en met wetenschappelijk ondenzoek. Onder de jonge mannen en vrouwen, die bij ons studeeren, ^zullen er ook wel zijn, die later tot 'Zuivere wetenschapsbeoefening zullen worden geroepen. Maar in allen gevaHe vormen die onder het groot getal der ingeschrevenen maar een kleine minderheid. Verreweg het meerendeel ontvangt er zijn „opleiding" voor een beroep, waarvoor „academisch gevormden'' wonden gevraagd, en vindt ge later als predikanten, advocaten, leeraren of doikters overal in het vaderland terug. Intusschen: voor gemeente-secretaris en voor stuurman bij de groote vaart en voor klerk op een notaris-kantoor wordt ge ook opgeleid. En tocli is er een groot verschil. En dat niet alleen om.dat de universitaire opleiding klaar maakt voor andere vakken. Maar ook wijl die opleiding in sidh. izelf een ander karakter diaagt. De opJeiiding, die Uvr kinderen aan de Universiteit krijgen, betstaat niet in het aanleeren van eenage theologische of juridische of aindere handgrepen. Wij noemen onze commilitones aan de andere zijden van de collegebanken wel eens „tirones", recruten. Maar een hoogleeraar, die zou denken, dat liiji de taak van een sergeant- of luitenant-instructeur vervulde, had het todh glad mis. Africhten is ons ambacht niet. Onze leerlingen tot zelfstandige beoefenaars van hun vak te maken, met degeHjike kennis van en, zoo mogelijk, warme liefde voor de Gereformeerde beginselen, ziedaar onze taak. Stel, Uw zoon wilde predikant worden en hij kwam van de Universiteit zonder zijn Grieksdh Nieuw Testamient goed te kunnen leaen en verklaren. Of uw docihter was een leeraros in den dop, en zij' zou niet in staat izijn de kinderen van baar klas later nauwkeurig van onzen vrijheidsoorlog tegen Spanje te vertellen. Of gij had een juridisch advies noo'dig en de leerling van onze Universiteit, dien ge daarvoor opzocht, bleek niet te weten hoe een faillissement aan te vragen of beslatg te leggen op een schip. Al wist hij U nog zulke belangwekkende uiteemzettingen te geven ov^er de verhouding van de koninklijke souvereiniteit en de volksvertegenwooridiging, al pleitte hij op een vergadering nog zoo vurig voor de anti-revolutionaire beginselen: hij verdiende een volgend maal geen droog brood aan U. En in de eerste
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Jaarboeken | 146 Pagina's