Jaarboek 1931 - pagina 37
35 mede gedreigd wordt door vrienden onzer Universiteit, die wenschen, dat de in Augustus te houden Synode der Gereformeerde Kerken het promotierecht zal verleenen aan de Theologische school der Kerken en die verzekeren, dat, indien dit niet geschiedt, hun steun aan de Vrije Universiteit zal komen te vervallen. Ik wensch van deze plaats niet met deze broeders te discussiëeren; niet te wijzen op het irrationeele van hun gedachtengang; ik wensch hun ook niet de vraag voor te leggen, of zij in hun geweten door zulk handelen vrij zouden uitgaan — ik noem deze moeilijikheid slechts, omdat ook zij een der prikkels is voor de spanning van ons geloof. Zeker niet minder dan eenige andere, omda> zij het hart zoo diep treft. Dr. Kuyper mocht inderdaad spreken van een geloofsstuk, denkende aan de geloofskracht, die door en voor onze Universiteit steeds werd en voortdurend wordt gevorderd. En het geloof werd niet beschaamd. De Universiteit verheugt zich in een gelijkmatigen groei; het aantal der hoogleeraren steeg tot een en twintig: het aantal der studenten tot vier honderd twee en vijftig; het be.«luit tot stichting van een vierde faculteit ging aanvankelijk in uitvoering; de geldmiddelen klommen — ook als men rekent met de verminderde koopkracht van het geld -— bevredigend; het bedrag, dat voor de vierde faculteit ineens noodig was, kwam bijeen; het aantal leden der Vereeniging kwam op ca. veertien homderd; het getal der begunstigers op ruim vijf en dertig duizend. Het was soms donker; het is voor hen, die het bestuur der Vereeniging voeren, soms moeielijk; maar in dat donker schijnt telkens weer het licht, dat uitgaat van het Kruis van Hem, Dien vrij eeren als onzen Profeet en aanbidden als onzen Koning, ook op het gebied der wetenschap; voor Wien wij dit gebied opeischen. En in alle moeilijkheden werd en wordt telkens vreer gevoeld en ervaren de macht van het geloof, dat de Universiteit draagt en voortdrijft, dat de bron van haar leven is en het geheim van haar kracht. Dat geloof is niet een wondergeloof, dat leeft uit de verwachting, dat de V. U. zal groeien buiten onzen arbeid, als Jona's wonderboom, maar het is de vrucht van een vernieuwing van het gemoed, in wezen een nieuw levensbeginsel. Het is het geloof, waarvan de Apostel Johannes (1 Joh. V : 1, 4) spreekt, als hij schrijft: „Wie gelooft, dat Jezus is de Christus, die is uit God geboren, en al wat uit God geboren is overwint de wereld. Dit is de overwinning, die de wereld overwint, uw geloof." Het klinkt wonderspreukig, dat het geloof dat Jezus is de Zoon van God de vrereld zou overwinnen; de kracht zou zijn, die op het terrein der wetenschap een eigen gebouw zou kunnen dragen; de macht zou zijn, die overwinnend den strijd zou kunnen aanbinden met de ongeloovige wetenschap, aan wier wondervolle uitkomsten en ontdekkingen ik U zooeven met woorden van Dr. Kuyper herinnerde. Wonderspreukig, maar door de historie bevestigd. Wij denken aan de heldenrij uit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Jaarboeken | 153 Pagina's