Jaarboek 1931 - pagina 39
37
den — een eerbied afdwingende rij van hoogleeraren, belijdende Christenen, op wetenschappelijk gebied door anderen als evenknie erkend en door menige inrichting ons benijd. Hij heeft ons in het bijizonder in het laatste jaar zoo rijk gezegend, door ons mannen te schenken, die geloof en moed hebben om in de natuurwetenschappelijke faculteit op te treden, terwijl wij goede hoop hebben, dat wij betrekkelijk spoedig hooigleeraren voor de wiskunde kunnen benoemen. Hem zij daarvoor de dank. Die rijke Kegen, die bevestiging van Gods Woord aan ons, moge ons geloof sterken en onzen ijver verwarmen. Ik weet, dat die ijver er is. Was er echter steeds genoeg? Heeft ieder onzer, door liefde voor de V. U. gedreven, gedaan wat hij kon? De stijging der contributies met ƒ 60.000 per jaar — het bedrag, dat in twee jaren moet worden verkregen en dat volstrekt noodig is om de vierde faculteit in stand te houden — is nog niet bereikt. Er moet worden voortgearbeid, er mag niet worden gerust tot het laatste beizoek is gebracht, tot het laatste inschrijvingsbiljet is terugontvangen. Ook hierin moet ons geloof door de liefde werken. En dat liefdebewijs valt inderdaad niet zoo zwaar, als wij denken aan den velen arbeid, die deze vijftig jaren door de V. U. is verricht en aan den meerderen arbeid, waarvoor de fundamenten zijn gelegd. Welk een zegen was reeds de V. U. voor ons volk; wat rijke zegen zal, zoo ziji trouw blijft aan haar beginsel, door Gods gunst nog van haar uitgaan. Het geloof, waaruit zij leeft, heeft de belofte van de overwinning der wereld, omdat het roemt in Hem, die, aan het Kruis, de wereld met al haar wijsheid en ongeloof, heeft overwonnen, triomfeerend over de overheden en machten. En wij^ weten, dat Hiji voortgaat, overwinnende en opdat Hij overwinne. Want Hij moet als Koning heerschen, totdat al Zijne vijanden onder Zijne voeten gelegd zijn. Hiji is de Leider, de Aanvoerder, de Beziieler, de Krachtverleener in den strijd, die onze Universiteit onder Zijn vaan mag strijden. Zij is instrument in Zijne hand tot verkondiging van de wijsheid en de kracht Gods — zij worde dit steeds meer en meer; in getrouwheid haren weg vervolgende; gedragen door Uwe liefde, door Uw gebed, door Uw geloof. De volkomen overwinning, ook op wetenschappelijk gebied, zullen wij waarschijnlijk op aarde niet zien; maar tegen het einde der eeuwen, als Hij schier geen geloof meer vinden zal op aarde, zal Hij' zelf den laatsten slag aan Zijne vijanden toebrengen en alle werk, dat tegen Hem gekeerd is, temeder werpen. In die ure zal God de Heere het werk, dat Hij hier door Zijne kinderen, ook door onze V. U., in veel gebrek en zwakheid, maar door de kracht van het geloof deed verrichten, als het Zijne erkennen. Dan zal alle knie voor den Zoon zich buigen en zal alle tong belijden, dat Hij d© Heer is, tot heerlijkheid des Vaders. Met het oog op die heerlijke einduitkomst heffen wij thans onze oogen op tot U, Die in de hemelen zit om U te bidden voOr de Vrije Univer-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Jaarboeken | 153 Pagina's