Jaarboek 1931 - pagina 38
36
Hebreen XI, We denken aan de overwinning der Romeinsche vrereldmacht door het Kruis van Christus; aan onze vroisteling met het machtige Spanje; aan den bitteren strijd der Boerenrepublieken in Zuid-Afrika met de aarde omspannende macht van Groot-Brittannië. We denken aan den arbeid van een Paulus en een Augustinus; van een Luther en een Galvijn; van een Groen van Prinsterer en een Kuyper. Mannen van zeer verschillende statuur, van eeer verschillende gaven, van zeer verschillende roeping, maar die allen leefden en streden — en aJs het moest ook leden — uit dat geloof, en die door God in hun arbeid •wonderlijk werden gezegend, :zoodat zij reeds hier iets van de wereldoverwinning vooruit mochten aanschouwen- Het is datzelfde geloof, dat de Vrije Universiteit tot op dezen dag doet bestaan -— alle vijandschap en tegenwerking en teleurstelling ten spijt — hooghoudend de banier van het Kruis met het devies Pro Rege — voor onzen Koning. Dat geloof is de kracht van onze Universiteit, van haar hoogleeraren, van allen, die haar dienen. Het geeft moed in den strijd, geduld in tegenspoed, volharding in teleurstelling, blijdschap in verdrukking. Maar dat geloof doet meer. Het geeft allen arbeiders aan onze Stichting kracht, maar het werkt èn bij hen èn bij' allen, die de V. U. steunen, — bij alle leden en begunstigers der Vereeniging — ook liefde. Liefde allereerst tot God, „Uengene die geboren heeft" (zooals de Apostel zegt), maar daarnaast ook liefde tot elkander die in dezen arbeid schouder aan schouder moeten staan en onzen God daarin moeten dienen. Liefde niet minder voor de Universiteit, zich uitend in volhardend gebed voor en in hartelijk medeleven met onze Stichting. Liefde, die critiek niet uitsluit; critiek is noodig. Directeuren, Curatoren, Hoogleeraren allen weten te goed, dat zij in veel tekort schieten dan dat zij het recht tot critiek niet zouden erkennen; maar als die critiek opkomt uit den wortel der liefde, dan uit zij zich zóó, dat het broederhart wordt verwarmd. Het geloof, dat Jezus is de Zoon van God, is de diepste grondslag, is de voortdrijvende kracht, is de steeds gevoelde prikkel voor onze Vereeniging en voor onze Universiteit. Dat geloof deed onze Stichting ontstaan; heeft baar tot nu toe in stand gehouden door alle moeiten en zorgen heen; uit dat geloof levend mochten wij steeds op Gods tijd ontvangen wat wij voor verdere ontwikkeling noodig hadden; personen en geldmiddelen. En dat wij op dit oogenblik niet verder zijü komt iiiet daarvan dat Gods hand verkort is, maar daarvan, dat ons geloof niet grooter en krachtiger is. Maar ondanks dit tekort, heeft God ons toch rijk willen izegenen en ons iets van de vervulling van Zijne belofte omtrent de wereldoverwinnende kracht van het geloof willen doen zien. Hij schonk ons voor onze graden het civiel effect; op financieel gebied was er wel nood, maar nooit gebrek; en wat nog meer zegt. Hij gaf ons — ondanks tegenspoe-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Jaarboeken | 153 Pagina's