Bekijk het origineel

Jaarboek 1934 - pagina 31

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Jaarboek 1934 - pagina 31

3 minuten leestijd

29 zondige menschen mogelijk is. Zij omvat dus het geheel der wetenschappen en heeft als zoodanig eene hooge roeping: niet de wetenschappen naast elkaar, maar de wetenschappen in haar onderling verband. Dat is haar centrale positie. Zij heeft na, te speuren de diepste levensbeginselen; zij heeft het verband en den samenhang der dingen te zoeken; maar zij zal die slechts kunnen vinden, wanneer zij voor het geheele terrein der wetenschap van eenzelfde grondbeginsel uitgaat •— of wel zij moet verwerpen de éénheid in de schepping. Waar de wetenschap aldus wordt beoefend, uitgaande van één grondbeginsel, van één levens- en wereldbeschouwing, daar kan en mag men dan ook niet halverwege blijven staan, maar moeten alle faculteiten in den kring van den universitairen arbeid worden opgenomen. En hoeveel temeer klemt dat, wanneer grondslag en uitgangspunt is de Christelijke levens- en wereldbeschouwing, die God belijdt als Schepper van hemel en aarde, die God de eere wil doen toekomen van geheel de schepping, die vraagt naar Zijn wetten en ordinantiën voor het geheele leven, die belijdt dat Christus de gebroken wereld met God heeft verzoend en het Koningschap over al het geschapene heeft verworven. Dan is het eene dure roeping, dat het geheele terrein van het leven worde doorvorscht en dat niets daarvan worde uitgesloten. Ontbreekt daarentegen bij den universitairen arbeid éénheid van grondbeginsel, dan is van samenhang en verband, die de hoogere éénheid doet zien, geen sprake meer. Dan wordt de tempel der wetenschap een huis dat tegen zich zelf verdeeld is. Dan breekt de eene hoogleeraar af wat de andere heeft opgebouwd; dan wordt een grenzenlooze verwarring gesticht op het terrein der wetenschappen, die noodwendig moet eindigen met een: wij weten het niet. Wat de Universiteit als de edelste taak heeft te bereiken, het scheppen van een organisch geheel in het denkleven, is geworden tot een onmogelijkheid; en daarmede is haar de kroon ontnomen. Dat was dan ook aan onze openbare universiteiten het gevolg van de leuze van het indifferentisme, waarbij kwam, dat onder den invloed van de beginselen der revolutie de indifferente wetenschap geleidelijk veelal uitliep op het dienen van het ongeloof. En de verwarring op het terrein der wetenschap zette zich voort in de kringen van het volksleven. Tegen die verwording nu van het unive'sitaire leven en uit de diep gevoelde behoefte om de éénheid in het dfnkieven op te bouwen, maar dan op den grondslag der aloude Gereformeerde beginselen, werd de Vrije Universiteit gesticht. Die Universiteit immers staat — zoo zegt ons art. 2 der Statuten •— voor alle onderwijs geheel en uitsluitend op den grondslag der Gereformeerde beginselen. Niet alleen éénheid, maar éénheid, die wortelt in God. De groote beteekenis van dien grond-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1934

Jaarboeken | 182 Pagina's

Jaarboek 1934 - pagina 31

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1934

Jaarboeken | 182 Pagina's

PDF Bekijken