Jaarboek der Vrije Universiteit te Amsterdam 1949/1950 - pagina 63
59 mening aan te voeren, want zij zijn verouderd. Ieder zal moeten erkennen, dat er voor de Vrije Universiteit op dit ogenblik meer mogelijkheden bestonden en bestaan, dan door de betrekkelijk kleine groep van haar geestverwanten kunnen worden bekostigd. Ik denk hier niet in de laatste plaats aan het feit, dat we mannen van Gereformeerde levensovertuiging hebben, die in aanmerking komen om als hoogleraar of lector op te treden, op terreinen van wetenschap, waarop zij vroeger ontbraken. Die kansen moeten worden gegrepen. En als dat grijpen boven onze financiële krachten gaat, dan is dat voor onszelf — ik spreek hier niet over staatsrechtelijke of staatkundige gronden — een reden om subsidie te aanvaarden. Uitbreiding brengt gevaren mede. Het grote gevaar, dat de moderne Universiteit bedreigt en dat ook onze hogeschool bedreigen gaat, is dat de eenheid verloren raakt en dat de Universiteit ontaardt in een slechts administratief met elkaar in verband staande groep van vakscholen. Elders wordt dit gevaar om niet te zeggen, deze misstand, sterk gevoeld, een misstand, die zich ook daarin openbaart, dat de belangstelling der studenten zich slechts richt op een zeer klein deel van de wetenschap, dat de algemene vorming ontbreekt en van een wijsgerigen ondergrond niet kan worden gesproken. Studium generale en civitas zijn middelen om weer tot eenheid te komen. Ook onze Universiteit heeft ze toegepast. Er werden door leden van alle faculteiten colleges gegeven voor de gezamenlijke studenten. Ook wij hebben onze civitas. Ik kom op beide onderwerpen terug. Doch de misstanden, die uitbreiding zo gemakkelijk met zich meebrengt, kunnen en mogen, zeker bij ons, niet alleen door studium generale en civitas worden bestreden. Wij hebben meer en vooral ook betere middelen. Van betekenis is zeker onze traditie. Er zijn er onder de hoogleraren niet veel meer, die persoonlijk in geregelde aanraking zijn geweest met de stichters en de eerste professoren van onze Universiteit. Maar er zijn er toch nog. Zij hebben iets meegekregen van het stempel, dat mannen als Kuyper, Rutgers, Fabius, Woltjer onze hogeschool hebben opgedrukt. Zij hebben niet alles, maar toch veel van dat oude meegedragen, hun
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949
Jaarboeken | 110 Pagina's