Jaarboek der Vrije Universiteit te Amsterdam 1949/1950 - pagina 64
60 leven lang en zij hebben het dankbaar aan jongeren overgegeven, getradeerd, jongeren van wie een aantal in hun studentenjaren reeds iets van dat oude karakter had ontvangen. We hebben een traditie, die ook door later gekomenen wordt op prijs gesteld. En traditie is misschien nergens zo taai als aan een Universiteit, wellicht als een tegenhanger van het wetenschappelijk onderzoek, dat zich steeds met het nieuwste heeft bezig te houden. Welnu, tot onze traditie hoort deze eenheid, deze saamhorigheid, het elkander raadplegen, het zoveel als het mogelijk is met elkaar samenwerken, het elkaar niet in den weg lopen. Eerlijkheid gebiedt uit te spreken, dat althans een deel van dit alles minder wordt, naarmate de Universiteit zich uitbreidt, al is het alleen maar, omdat we steeds minder verstand krijgen van elkanders vakken. Dat neemt niet weg, dat de saamhorigheid als een kostbaar deel van onze traditie mag worden geroemd. En dat is zo, het kan en moet zo zijn, en daarmee kom ik tot het belangrijkste punt, omdat die saamhorigheid rust op een eenheid van beginsel. We zijn het in het hoogste, in het allerbelangrijkste eens. Dat is zo en dat moet zo blijven, omdat hier en hier alleen ligt de bestaansgrond van onze Universiteit. Ik wil de zaken niet mooier voorstellen, dan ze zijn. Het is waar, dat er over den inhoud der Gereformeerde beginselen en over hun betekenis voor het wetenschappelijk onderzoek al spoedig na de oprichting van de Vrije Universiteit verschil van mening is opgekomen, dat zich dit juist in de eerste periode enige malen heeft herhaald en dat het zelfs tot verwijdering aanleiding heeft gegeven. Ik wil niet zeggen, dat dit verschil aan inzicht thans geheel en al is verdwenen. Maar vooreerst nemen wij deze zaken wat gemakkelijker op, dan onze vaderen, omdat we best kunnen hebben, dat eenheid van uitgangspunt niet steeds leiden zal tot eenheid in alle resultaten van het onderzoek, ja dat we zelfs wel kunnen aantonen dat het zo moet zijn. En in de tweede plaats werkt hier de uitbreiding van de Universiteit ten goede, we komen veel minder dan vroeger op elkanders terrein. En ik handhaaf dan ook ten volle de uitspraak, dat er bij ons eenheid is en zal blijven, saamhorig-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949
Jaarboeken | 110 Pagina's