Jaarboek der Vrije Universiteit te Amsterdam 1951/1952 - pagina 91
83 nog te lang voldoende gegevens. Daardoor ben ik niet in staat mee te delen hoeveel werkstudenten onze Universiteit telt. Mijn collega Donkersloot noemde Maandag j.l. in zijn fatarede voor de gemeentelijke Universiteit een percentage van 20 tot 25. Voor onze Universiteit zal straks misschien het nieuwe sociologisch instituut gegevens kunnen verzamelen. Wellicht kan dan ook hier de instelling van een sociaal spreekuur worden overwogen, waar de studenten in hun sociale en psychische moeilijkheden deskundige voorlichting kunnen ontvangen. Met de opsomming van de representatieve plichten, die ik had te vervullen zal ik u niet verder vermoeien. Ik kan er het nut niet van inzien. Een aantal heb ik reeds in den loop van mijn rede vermeld en voor de overige wilt u wel van mij aannemen, dat zij zeer talrijk zijn geweest. Curiositeitshalve moge ik slechts meedelen, dat ik, nadat ik in den nacht van 26 April met het K.L.M.-vliegtuig van Johannesburg op Schiphol was teruggekeerd, nog den avond van denzelfden dag aanzat aan een maaltijd door den Burgemeester van Amsterdam en Mevr. d'Ailly ten hunnen huize aangeboden aan den Amerikaansen gezant en diens echtgenote. En hiermede ben ik dan aan het einde van mijn overzicht van de fata academica gekomen. Ofschoon ik zeer veel heb moeten laten rusten, heeft nochtans zelfs een uiterst geselecteerde beschrijving ervan meer tijd geëist, dan vorige jaren. Daaruit blijkt alleen, dat de afgelopen cursus uitzonderlijk rijk aan gedenkwaardige gebeurtenissen in ons academisch leven geweest is. Ik heb thans nog slechts dank te brengen aan hen, die mij bij de vervulling van mijn rectorale taak op bijzondere wijze tot steun zijn geweest. In de eerste plaats noem ik dan collega F. W. Grosheide, die mij tijdens mijn afwezigheid in Nice en Z.-Afrika als RectorMagnificus op voortreffelijke wijze heeft vervangen en ook anderszins steeds met grote welwillendheid in de bres sprong, wanneer ik gedwongen was in bepaalde omstandigheden een beroep op hem te doen. In de twede plaats denk ik aan de bijzonder vlotte en aangename samenwerking met den ab-actis, collega I. A. Diepenhorst,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951
Jaarboeken | 126 Pagina's