Jaarboek der Vrije Universiteit te Amsterdam 1951/1952 - pagina 92
84
die zijn zware taak op de hem eigen humoristische wijze vervuld heeft en mij op den meest trouwen en vriendschappelijken voet heeft ter zijde gestaan. Zeker mag ik ook niet vergeten de hartelijke hulpvaardigheid van den nestor van den Senaat, Prof. Dr R. H. Woltjer, onzen specialist bij uitnemendheid in de Hoger Onderwijswetgeving. Hij heeft het leeuwenaandeel gehad in de samenstelling van de door den Senaat in den afgelopen cursus uitgebrachte uitvoerige adviezen over de psychologen-opleiding, het voor-ontwerp voor een nieuwe Hoger-Onderwijswet en de uitwerking van de plannen voor de medische faculteit, en ook anderszins stond hij altijd klaar om mij met raad en daad te helpen. Hij blijft de onmisbare old young man in onzen Senaat, wiens enig symptoom van het klimmen der jaren wellicht bestaat in den schier onstuitbaren stroom zijner steeds logische welsprekendheid. En — last not least — denk ik aan onzen pedel, den heer van St. Maartensdijk, die met name in de zware voorbereidingen voor de diesviering mij tot onwaardeerbaren steun is geweest, toen hij soms tot diep in den nacht met mij moest samenwerken. Op 2 April j.l. mocht hij zijn 25-jarig jubileum als pedel onzer Universiteit herdenken. Op Zaterdag 21 April werd hij in het oude universiteitsgebouw naar aanleiding van dit feit gehuldigd. Tot mijn groot leedwezen kon ik daarbij wegens mijn verblijf in Z.-Afrika niet tegenwoordig zijn en kon ik slechts langs telegrafischen weg van mijn belangstelling doen blijken. Collega F. W. Grosheide heeft hem als pro-Rector toegesproken en de woorden, die toen tot hem gericht zijn en de huldeblijken, die hem uit alle kringen van de universitaire gemeenschap werden aangeboden, hebben hem een indruk kunnen geven van de bijzondere waardering, die zijn jarenlange arbeid in dienst onzer Vrije Universiteit heeft gevonden. Ik kan slechts den wens uitspreken, dat wij deze bescheiden, beminnelijke en plichtsgetrouwe figuur nog lang voor onze Academie mogen behouden. En zo rest mij dan tenslotte nog de vervulling van de laatste
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951
Jaarboeken | 126 Pagina's