Jaarboek der Vrije Universiteit te Amsterdam 1951/1952 - pagina 90
82 De verwachting van mijn voorganger, dat de onthulling van het gedenkteken voor onze gevallenen in de bange jaren van 1940-1945 nog onder mijn rectoraat zou kunnen plaats hebben, is helaas niet in vervulling gegaan. Over vorm en artistieke uitvoering is men nog niet tot een definitieve beslissing gekomen. Ik meen intussen wel met stelligheid te mogen meedelen, dat zo God wil, onder mijn opvolger deze reeds veel te lang slepende zaak eindelijk haar beslag zal krijgen. Over het studentenleven zou nog veel te zeggen zijn. Het is zeker niet juist te veel op de schaduwzijden te letten en het vele goede, dat gelukkig daarin te ontdekken is te verzwijgen. Maar wel zou ik willen, dat in dezen critieken tijd de drang tot het gemeenschappelijk christelijk getuigenis en de eigen christelijke levensstijl krachtiger tot openbaring kwamen. Zij, in wie deze drang leeft, en het zijn gelukkig nog velen, dienen de leiding te nemen en de verkeerde elementen mogen niet de kans krijgen zich op den voorgrond te stellen. Met name niet in den veel omstreden groentijd. Er zijn helaas ook misstanden voorgekomen, die enige malen een optreden van het nieuwe tuchtcollege noodzakelijk maakten. Een enkel geval bleek dermate ingewikkeld, dat het vooronderzoek mij bijna zes weken in beslag heeft genomen. Helaas bleken de ouders niet altijd een juiste opvatting te hebben van de verhouding tussen het academisch en het ouderlijk tuchtrecht. Eenmaal heeft dit tot een conflict geleid, dat tot mijn groot leedwezen niet op bevredigende wijze kon worden opgelost, daar de vader van den betrokken student alle banden met onze Universiteit verbrak. Daarentegen voerde gelukkig in een ander geval geduldige samenspreking tot volledige opheldering van aanvankelijke misverstanden. Overigens mag niet vergeten worden, dat aan onze Uiversiteit een niet onbelangrijk aantal studenten is ingeschreven, die allerminst van gereformeerde levensovertuiging zijn. Daaronder bevonden zich in den afgelopen cursus bv. 57, die opgaven geen godsdienst te hebben en een drietal Mohammedanen. Ook dezen zijn uiteraard aan de tucht onderworpen. Over de sociale omstandigheden onzer studenten ontbreken
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951
Jaarboeken | 126 Pagina's