Jaarboek der Vrije Universiteit te Amsterdam 1953/1954 - pagina 109
cultatief gestelde, studentenbijdrage in de kosten der behartiging van algemene studentenbelangen, niet met algemene instemming zijn begroet. Het moge daarom bekend zijn, dat het totaal der gelden, die via den Civitasraad aan deze belangen worden besteed, reeds thans het totaal dezer studentenbij dragen verre overtreft en men moge het een gezond beginsel achten, dat de studentenmaatschappij, die door haar, zelfs zeer ruime, vertegenwoordiging in den Civitasraad het recht van medebeslissing over de besteding van deze verzorgingsgelden heeft, ook haar eigen aandeel daartoe levert. Hoe gelukkig ik dus onder de gegeven omstandigheden de inschakeling van den Civitasraad in deze aangelegenheid acht, toch komt een nadere regeling en afbakening van taken en verantwoordelijkheden mij gewenst voor, opdat hetgeen hier uit de vrije verhoudingen opkwam, in de structuur der Universiteit een welomschreven en tegen formele bedenkingen gevrijwaarde plaats verkrijge. Dit lijkt mij des te meer noodzakelijk omdat uitbreiding van het rechtstreekse aandeel der Universiteit in de sociale verzorging der studentenmaatschappij m.i. niet kan achterwege blijven. Ik denk hier o.a. aan de inrichting van een zowel personeel als materieel goed en op behoorlijk niveau geoutilleerd bureau voor studentenbelangen, aan de verstrekking op ruime schaal van goedkope warme maaltijden, zowel als aan verruiming der gelegenheden tot huisvesting. Wanneer ik ook ten aanzien van de studentenwereld er weer toe kwam, allereerst voor hetgeen in wording en in staat van vernieuwing en uitbouw is. Uw aandacht te vragen, dan haast ik mij thans toch te gewagen van de vreugde en voldoening, die mij bij herhaling bij mijn velerlei aanraking met de studenten en hun samenleving heeft vervuld. Aan de viering van hun hoogtijdagen, waarvan ik getuige mocht zijn — en het rijk gestructureerde studentenleven telt er gelukkig nog altijd vele — behoud ik den indruk, enerzijds van een blijmoedige aanvaarding der in dezen tijd noodzakelijke versobering, anderzijds van een streven naar eigen 105
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Jaarboeken | 150 Pagina's