Jaarboek der Vrije Universiteit te Amsterdam 1953/1954 - pagina 106
omtrent het verschil tussen de vóór-oorlogse en de na-oorlogse situatie een enkele opmerking veroorloven. Vóór den oorlog mocht van de studentensamenleving worden verwacht, dat zij zich zelf economisch en sociaal gezien wel kon redden, omdat zij ondersteld werd op voldoende wijze in haar behoeften te kunnen voorzien door, zonder economische tegenprestatie, te putten uit de reserves en het batig saldo van het economisch bestel der nationale samenleving. Met het opraken dezer reserve en het verschralen van dit batig saldo ontstaat echter een situatie, waarin geconstateerd moet worden dat de studentenmaatschappij zich zelf niet meer redden kan. De handhaving van een sociaal en economisch niveau dat noodzakelijk is voor de uitoefening van de specifieke taak, die aan deze maatschappelijke groep is toebedeeld, namelijk de voorbereiding op de toekomstige leiding-gevende positie in de nationale samenleving, is daarom niet langer mogelijk zonder opzettelijk op deze groep gerichte maatregelen van verzorgend karakter. Zulke maatregelen worden des temeer noodzakelijk, omdat de complicering van het maatschappelijk leven, de technificering van het productieproces en van de hulpmiddelen der samenleving een steeds groeiende behoefte schept aan academici, die zowel wat hun wetenschappelijke deskundigheid als wat hun persoonlijke vorming betreft aan zeer hoge eisen voldoen. Het instandhouden van een, economisch gezien niet productieve maar consumptieve studentenmaatschappij, op een sociaal en cultureel verantwoord peil, is voor de nationale samenleving daarom geen luxe, maar noodzaak. De kosten hiervan zijn niet als onkosten, zelfs niet als bednj/skosten, maar als investeringsgelden te beschouwen. In de discussies rondom deze vragen is vaak sprake van den socialen nood van de studentenmaatschappij. Het is moeilijk te zeggen in hoeverre het gebruik van een zo zwaar geladen kenschetsing van den feitelijken toestand verantwoord is. Ik zou in elk geval ten aanzien van de Vrije Universiteit zo ver nog niet willen gaan. Maar als het niettemin zo is, 102
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Jaarboeken | 150 Pagina's