Jaarboek der Vrije Universiteit te Amsterdam 1954/1955 - pagina 86
curatoren weinig toelichting. Om die van het college van directeuren te illustreren heb ik herhaaldelijk, de Rijksuniversiteit tot voorbeeld nemend dit college vergeleken met het departement van Onderwijs; het beeld werkte verhelderend en borg de verklaring in zich, waarom aan de Vrije Universiteit soms besluiten zo snel konden worden genomen en uitgevoerd. In de algehele drang naar vernieuwing en in de behoefte aan meer coƶrdinatie is aan enkele Universiteiten kort geleden de regel ingesteld, dat de Rector de Curatorenvergaderingen bijwoont. Misschien een aanwijzing, dat onze Universiteit, die reeds lang de door mij genoemde traditie kent, da.t president-curator en rector de directeurenvergaderingen bijwonen, met die progressieve weg niet de verkeerde richting koos. In het beeld, dat ik gebruikte ten aanzien van de bestuursvorm onzer Universiteit past logisch de rol van de commissie van toezicht, bedoeld in art. 201 der Hoger Onderwijswet, die toch de band vormt met de hoge overheid en haar de prompte naleving der voor de effectus civilis noodzakelijke condities moet waarborgen. Een taak, die niet spectaculair is, maar wel gewichtig en te minder van zich doet spreken, naarmate de verhoudingen te beter zijn. Zeer heeft het alle bij de Universiteit betrokkenen verheugd, toen het Hare Majesteit de Koningin behaagde om Jhr Mr A. K. G. de Brauw ter gelegenheid van diens zeventigsten verjaardag te benoemen tot Commandeur in de Orde van Oranje Nassau en dat voor de vele en gewichtige diensten den lande bewezen in zijn functie van voorzitter van de genoemde commissie van toezicht. In een schrijven, waarin de Heer de Brauw den Senaat voor zijn gelukwensen dankte, kwam eens te meer zijn warme belangstelling voor het welzijn onzer Universiteit tot uiting. Nu het bereiken van de genoemde leeftijd het eervol ontslag uit zijn functie medebracht, wensen wij ook van deze plaats den scheidenden voorzitter van de commissie van toezichr den Zegen Gods toe, terwijl wij Jhr Mr C. J. A. de Ranitz, die als zijn opvolger werd benoemd een welgemeend welkom toeroepen. 82
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Jaarboeken | 158 Pagina's