Jaarboek 1956-1957 - pagina 126
weidt over onderwerpen die uiteindelijk voor de beantwoording van de door hem behandelde vraag van geen belang blijken. Zo b.v. op de blz. 3—7 over de verhouding wet/ rechter. Het is op zichzelf geenszins onjuist om bij de behandeling van het onderwerp mede een rol te laten spelen door de vraag of een artikel dat aan de rechter aanzienlijke vrijheid geeft gewenst is. Maar dan moet aan het slot de invloed van deze uitweiding op de hoofdvraag ook blijken, hetgeen hier niet het geval is. Een grote verdienste van het opstel is intussen dat het zo volledig is bij de vermelding van de Europese rechtsstelsels. De schrijver heeft lofwaardige moeite gedaan, ook enige t.o. minder algemeen bekende rechtsstelsels als het Zwitserse en het Italiaanse te bespreken en is er in geslaagd, daarvan een behoorlijk overzicht te geven. Ook het feit dat, hoewel het buiten de opdracht viel, het Engelse recht in de bespreking betrokken is, verdient alle lof. Temeer verwondering wekt het, dat het Belgische recht met stilzwijgen voorbijgegaan wordt. Noch het feit dat dit in hoofdzaak met het Franse overeenkomt, noch het feit dat de geconstateerde fout veel vóórkomt in de Nederlandse rechtsliteratuur, is daarvoor voldoende verontschuldiging. Dat de buitenlandse rechtsstelsels niet uitvoeriger besproken zijn, hetgeen zeker mogelijk geweest zou zijn, is geenszins een overwegend bezwaar. Een beknopte bespreking verdient zelfs toejuiching. Dat evenwel de bespreking niet meer kritisch is geschied, is een ernstig en voor de vorming van des schrijvers eindoordeel blijkbaar beslissend nadeel. Ten onrechte zijn het Duitse en het Franse rechtsstelsel niet geconfronteerd. Ten onrechte ontbreekt een kritische bespreking van het Zwitserse stelsel, een bespreking die n.a.v. het op blz. 37 vermelde geval niet slechts mogelijk geweest ware doch zelfs voor de hand gelegen had. Ten onrechte ontbreekt een confrontatie van het Zwitserse met het Italiaanse recht. Wat dit laatste betreft vermeldt de schrijver (blz. 40) dat hij geen memorie van toelichting ter beschikking heeft gehad. Had de schrijver zich de moeite getroost, de Commentaar van Stolfi in te zien, hij zou in de daarin opgenomen M. v. T. hebben gezien, dat het Italiaanse Wetboek zich bewust distancieert van het Duitse en Zwitserse, dat de „rescissione" 124
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Jaarboeken | 164 Pagina's