Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Jaarboek 1956-1957 - pagina 124

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jaarboek 1956-1957 - pagina 124

2 minuten leestijd

nóch in het buitenland was uitgewerkt. De wijze, waarop hij zijn omvangrijk materiaal heeft behandeld, toont dat de schrijver een algemeen wijsgerige en rechtsfilosofische scholing en een scherpe kritische zin bezit, die ook in het beschrijvend gedeelte van zijn studie op vaak opmerkelijke wijze naar voren komt. Hier staat tegenover, dat uit systematisch oogpunt bezien zijn wijze van behandeling van het omvangrijke materiaal te wensen overlaat. Ook bij de door hem gekozen verticale behandelingswijze naar taalgebieden had hij de schrijvers naar hun rechtswijsgerig standpunt, behoren te groeperen, waardoor in de beschrijving van hun denkbeelden veel meer tekening zou zijn gekomen en ook herhalingen in de uiteenzetting belangrijk hadden kunnen worden gereduceerd. N u hij dit niet gedaan heeft krijgt men bij de lezing vaak een wat rommelige indruk en valt het bepaald moeilijk de lijn in zijn beschrijving vast te houden. Hier en daar schijnt ook de karakterisering van het wijsgerig standpunt van de behandelde schrijvers minder juist, zo waar hij Maurice Hauriou zonder meer bij de thomistische natuurrechtsleer indeelt, terwijl hij tegelijk vermeldt dat Hauriou aan de Platonische ideeënleer is georiënteerd. Dit zijn intussen slechts uitzonderingen, want in 't algemeen zijn zijn typeringen van de wijsgerige standpunten ongetwijfeld juist en nauwkeurig. Het kritisch slothoofdstuk is in 't algemeen zeer goed behandeld en geeft aan de gehele verhandeling een bijzonder cachet. De schrijver toont zich daarin een overtuigd aanhanger van de Wijsbegeerte der Wetsidee en wat meer zegt, hij toont ook haar grondig begrepen te hebben en er kritisch mede te kunnen werken. Alleen bij de bespreking van de moderne jurisprudentie over de natuurlijke verbintenis verliest hij de kritische voorzichtigheid uit het oog door naar aanleiding van het bekende arrest de Visser-Harms de Hoge Raad te verwijten geen rekening te hebben gehouden met de wettelijke regelen inzake de legitieme portie. Want dit oordeel vindt in de feiten van dit door ons hoogste rechtscollege berecht geval, zeker geen steun en kan ten hoogste waarde hebben als een waarschuwing tegen voorbarige gevolgtrekkingen, die men uit dit arrest zou kunnen maken. 122

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Jaarboeken | 164 Pagina's

Jaarboek 1956-1957 - pagina 124

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Jaarboeken | 164 Pagina's