Jaarboek 1956-1957 - pagina 123
hij zijn metafysische fundering in de natuur van de mens, de uiteindelijke terugvoering van het recht op de moraal en de opvatting van het natuurrecht tegelijk als wezenlijke grondslag en beoordelingsmaatstaf van het positieve recht. Hij wil echter niet alleen de neo-thomistische maar, ook de daarvan afwijkende humanistische theorieën in zijn onderzoek betrekken, voorzover zij zich aan de traditionele opvatting van het natuurrecht willen onderwerpen. Tenslotte geeft de schrijver in zijn inleiding, nog een verantwoording van de door hem gekozen methode van behandelen. Tweeërlei methode was hier mogelijk: óf een horizontale beschouwing, waarbij de verschillende theorieën naar haar al of niet zakelijke overeenstemming worden samengevat, zonder rekening te houden met de verschillende taalgebieden, waarin ze ontwikkeld werden, óf een verticale behandeling, waarbij zij juist naar de taalgebieden worden gegroepeerd. De schrijver heeft de laatste methode gekozen. Zij heeft ongetwijfeld zekere voordelen, maar is uit systematisch oogpunt uiteraard de mindere van de eerste, omdat daarbij vermoeiende herhalingen van gedachtengangen, die reeds bij andere schrijvers waren behandeld, bezwaarlijk geheel zijn te vermijden. Allereerst worden de nieuwere ,,Franse" natuurrechtelijke opvattingen besproken, waaronder dus ook de Belgische en Italiaanse vallen, voorzover deze in het Frans zijn beschreven of vertaald; vervolgens de nieuwere „Duitse", waartoe ook die van de Duits-Zwitserse schrijvers behoren; daarna de nieuwere ,,Engelse", die zowel de Engelse als Amerikaanse en Australische groepen omvatten en tenslotte de Nederlandse natuurrechtstheorieën, die na de Ie wereldoorlog zijn ontwikkeld. O p dit in hoofdzaak beschrijvend deel van zijn onderzoek volgt een uitvoerige kritiek op de traditionele natuurrechtsgedachte op de grondslag van de in de aldus genoemde Wijsbegeerte der Wetsidee ontwikkelde denkbeelden, 's Schrijvers verhandeling is ongetwijfeld een hoogst verdienstelijk stuk werk, waaraan een uitgebreide kritische voorstudie ten grondslag ligt. Weinige geschriften, die tot de natuurrechtelijke literatuur sinds de Ie wereldoorlog zijn te rekenen, zijn aan zijn aandacht ontkomen. Zo is hier een overzicht tot stand gekomen, zoals dit tot nu toe nóch in Nederland, 121
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Jaarboeken | 164 Pagina's