Jaarboek 1959-1960 - pagina 71
overdrachtsrede
directeur. Ik heb zelf dus nog het presidium van de aftredende directeur mogen meemaken. Het lijkt me onmogelijk zijn verdiensten voor onze universiteit hier te schetsen, In talloze voorbeelden in vele jaren is het ons allen duidelijk geworden met een grote evidentie, op welk een voortreffelijke wijze hij zijn krachten gegeven heeft voor die universiteit, die de liefde van zijn hart heeft gewonnen en als we hem met sobere woorden danken voor zijn veelvuldige arbeid, dan doen we dat in de zekerheid, dat hij zelf op dit moment niet om vele woorden vraagt en dat de Vrije Universiteit ook in zijn verdere levensavond een grote plaats in zijn denken en doen zal bUjven innemen. Het is die universiteit die ons bezighoudt bij deze overdracht: haar lotgevallen in het cursusjaar 1958—1959. Ik ben me bewust dat ik aan veel details zal moeten voorbijgaan, detaüs die wellicht toch hun bijzondere waarde zouden hebben, wanneer men waarlijk het geheel zou kunnen overzien. Het leven en de gang van een universiteit klopt immers in het geheel van de functies van zakeHjke en persoonlijke aard. Men kan dit alles ook als rcetor die fata schrijft niet met precisie afluisteren. Niet verwaarlozen mag men bovenal de totale religieuze en geestelijke houding van allen in hun werk en in hun gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Men vraagt zich vanzelf af, in hoeverre we een gemeenschap vormden, die niet alleen een pretentie had, waarover veel discussie wordt gevoerd, maar ook iets realiseerde van het woord van Paulus, dat zeker ook van een universiteit en van de respectievelijke faculteiten en hoogleraren geldt: „en iegelijk zie niet slechts op het zijne, maar een iegelijk zie ook op hetgeen der anderen is" (Phil. 2: 4). Men kan dat natuurlijk nauwelijks een beschrijfbaar onderwerp voor de fata noemen, maar dit onbeschrijfbare vormt mede datgene, waarmee alles staat of valt. Moge het steeds duidelijker worden, dat het niet een valkn, maar een staan betekent. Menselijke beschrijving kan er alleen waarschuwend naar verwijzen voor de universiteit in al haar verhoudingen. Er is bovendien een onontwijkbare wisselwerking tussen de wijze, waarop het ideaal van een ChristeHjke universiteit wordt voorgeleefd en datgene, wat men kan en wü verwachten van hen, die als studenten in deze kring hun beslissende
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1959
Jaarboeken | 158 Pagina's