Jaarboek 1962-1963 - pagina 79
overd rachts rede
van zijn bestaan. Wel kan met waardering worden vermeld, dat op 4 april de heren ir. A. G. Maris en drs. R. C. Kwantes, voorzitter en secretaris van de Raad, een werkbezoek brachten aan de Vrije Universiteit, bij welke gelegenheid zij uitvoerig werden ingelicht over de gang van zaken aan en de specifieke problemen van onze academie. Tot haar activiteiten naar buiten toe behoort ook het contact van de universiteit met het buitenland. Voor zover het zich niet afspeelt in bezoeken van hoogleraren aan congressen in den vreemde, - het zijn er te veel om op te sommen -, voltrekt dit contact zich vooral via de commissie voor buitenlandse betrekkingen. Zo nam deze o.a. de regeUng op zich van een zomercursus voor een vrij grote groep Amerikaanse studenten van Gordon College, die onder leiding van enkele hoogleraren van 25 tot 30 juni opnieuw in het milieu van de Vrije Universiteit verkeerden en voor wie o.a. De Gaay Fortman, Borst, Kuijpers en ikzelf colleges hielden. Deze commissie houdt ook zo veel mogelijk voeüng met de vreemdelingen (het waren er deze cursus 103), die hier studeren. Op een geheel eigensoortig onderdeel van de betrekkingen met het buitenland, te weten de hulp aan de ontwikkeUngsgebieden, kom ik in ander verband nog terug. Wèl lijkt het mij hier de plaats om er aan te herinneren, dat in het kader van de uitwisseling met de Universiteit van Potchefstroom Lever drie maanden doorbracht onder onze geestverwanten in Transvaal: naar wat ik er, ook uit Zuid-Afrika, van vernomen heb een zeer geslaagd bezoek, dat, zo het wellicht geen stof heeft doen opwaaien, in elk geval, gelijk het blad van de zusteruniversiteit getuigde, heel wat stof tot nadenken heeft achtergelaten. Wanneer ik thans de kring wat nauwer trek, moet ik allereerst spreken over de vereniging, waarvan de universiteit uitgaat. In de samenstelling van haar directorium kwam een verandering, doordat op de jaarvergadering mr. H. Bos Kzn. in verband met zijn leeftijd definitief afscheid nam uit de bestuursfunctie, die hij zovele jaren met eer bekleed heeft. Niemand zal hem zijn welverdiend otium misgunnen, noch zijn benoeming tot ere-directeur, want zijn liefde voor de universiteit en zijn trouw in de zorg voor haar belangen zijn spreekwoordelijk. Met hem gaat het enige nog dienstdoende lid uit het college heen, dat reeds vóór, zelfs lang vóór de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Jaarboeken | 166 Pagina's