Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Jaarboek 1962-1963 - pagina 140

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jaarboek 1962-1963 - pagina 140

2 minuten leestijd

REDE uitgesproken door Mr. L. W. G. Scholten Een der diepste denkers over staatsrecht zegt, sprekende over het koningschap: De monarch is de koepel van een aards gebouw, waarop een Uchtglans van den hemel rust. Een zinrijke omschrijving, waarbij het koningschap in het hart is gegrepen. Hier wordt immers gesproken van een insteUing, gefundeerd in het aardse, samenbindend van functie en in betrekking, bijna op mystieke wijze met Hem, in wien de grond ligt van alle gezag, ook van den Koning. Ik wil deze vergelijking ten grondslag leggen aan een herdenkingswoord bij het sterven van Hare Koninklijke Hoogheid, Prinses Wilhelmina, waarbij voornamelijk de nadruk wordt gelegd op haar betekenis voor de regering van ons volk. Het aardse element in haar koningschap springt terstond naar voren, als wij ons de staatsrechtelijke taak van Wilhelmina als Koningin in ons constitutioneel bestel in herinnering brengen. In de eed, door haar afgelegd bij de inhuldiging werd dit zo geformuleerd: „Ik zweer aan het Nederlandse volk, dat ik de Grondwet van het Rijk steeds zal onderhouden en handhaven. Ik zweer, dat ik de onafhankehjkheid en het grondgebied des Rijks met al mijn vermogen zal verdedigen en bewaren; dat ik de algemene en bijzondere vrijheid en de rechten van al mijn onderdanen zal beschermen en tot instandhouding en bevordering van de algemene en bijzondere welvaart alle middelen zal aanwenden, welke de wetten te mijner beschikking stellen, zoals een goed koning schuldig is te doen". Deze eed spreekt van de noodzaak de grondwet te onderhouden. De grondwet, waarin de rechten en vrijheden der bevolking zijn neergelegd, waarin het wezenlijke van ons staatsbestel, bestaande in de samenwerking van Kroon en volksvertegenwoordiging is geformuleerd, een waarborg tegen volgende mogelijke misbruiken, van de zijde van Koning en volk beide. Overzien wij nu de halve eeuw, waarin de thans ontslapene het bewind heeft gevoerd over haar volk, dan springen de gebeurtenissen naar voren, die enkelen van de hier aanwezigen zich. allen herinneren. Verschillende malen dreigde gevaar voor onze grondwetteHjke instelhngen, niet van één zijde, maar van verschillende kanten. Nooit is Wilhelmina ook maar

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Jaarboeken | 166 Pagina's

Jaarboek 1962-1963 - pagina 140

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Jaarboeken | 166 Pagina's