Jaarboek 1962-1963 - pagina 137
herdenkingsrede
gegeven heeft aan haar taak in ons constitutioneel bestel. De monarchie is in ons land een betrekkelijk jong verschijnsel. Toen in 1890 de nog minderjarige Wilhelmina haar vader opvolgde, had Nederland niet meer dan drie grondwettige koningen gekend, nadat het tevoren ruim twee eeuwen een republiek was geweest. Deze constatering van nuchtere feiten gaat echter geheel aan het wezenlijke voorbij. Onze koningen behoorden immers niet tot een willekeurige dynastie, en evenmin was dat het geval met de stadhouders, die zich in de loop van de 17de en i8de eeuw een semi-monarchale positie hadden verworven. Allen stamden zij uit het geslacht, dat meer misschien dan enig vorstenhuis ter wereld een nationale dynastie mag heten. Prinses Wilhelmina, het is bekend, voelde zeer sterk de bebetrekking tot haar voorgeslacht, m.n. tot de door haar hogelijk vereerde Vader des Vaderlands. In de proclamatie, waarmee zi) in 1898 de regering aanvaardde, omschreef zij als haar levensdoel: „te regeren zoals van een vorstin uit het Huis van Oranje wordt verwacht". En toen in 1918 de onberaden revolutiepoging was mislukt, gewaagde zij opnieuw van de lijn der geslachten met de woorden: „Getrouw aan de traditie van mijne voorvaderen heb ik nooit anders gewild dan mijn volk te dienen . . ." Van haar geboorte af en gedurende heel haar leven kon zij putten uit een fonds van Oranjeliefde dat, zeker, onder de laatste koning op de proef gesteld was, maar dat onder haar bewind weer vol stroomde, voller dan ooit tevoren. O m de genegenheid van ons volk voor deze vorstin te verstaan, zal men, behalve haar persoonUjke kwaliteiten, ten voUe in rekening moeten brengen, dat zij een dochter der Oranjes was, in natuurlijk èn geestelijk opzicht. Het optreden van dit vorstengeslacht, óók van de enkele zwakke figuren er onder, en óók in tijden, dat Oranje een partijnaam was, behoort tot de meest wezenlijke componenten van onze geschiedenis. Niet alleen zijn volk en vorstenhuis verbonden geweest van het ogenblik af, dat de natie zich ging vormen, maar in het ontstaan zelf van de natie heeft de grondlegger der dynastie een beslissend aandeel gehad. Door prins WiUem's wijs beleid zijn immers, zoals Johan de Witt het uitdrukte, „de fondamenten van de vrijheid van deze staat gelegd". Mèt het geloof in de rechtvaardigheid van de zaak waarvoor hij streed, is het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Jaarboeken | 166 Pagina's