Jaarboek 1962-1963 - pagina 76
van onderwijs en administratie, wordt de bestuurstaak voortdurend zwaarder en ingewikkelder. Wie van buitenaf komend met deze stand van zaken geconfronteerd wordt, vraagt zich onvermijdelijk af, of de organisatievormen altijd snel genoeg aan de gewijzigde omstandigheden aangepast zijn. Ook al is hij van nature geneigd, in te stemmen met de uitspraak van Lord Falkland: „When it is not necessary to change it is necessary not to change", de ervaring leert hem, dat veranderingen inderdaad noodzakeUjk zijn. Ik verklap geen geheim als ik zeg, dat de besturende colleges aan deze zaak aandacht schenken. Alleen maar, er zijn zo ontelbaar veel aangelegenheden, die hun aandacht vergen en die op korte termijn behandeling eisen, dat zij aan een grondige bespreking van organisatorische problemen nauwelijks toekomen. O o k de senaat zal zich moeten beraden op de vraag of zijn werkwijze, ondanks al wat daar in vorige jaren aan gedokterd is, doelmatig genoeg mag heten. Het is mijn overtuiging, dat o.a. dient overwogen te worden, terwille van snelheid en besluitvaardigheid, de overdracht van ruimer bevoegdheden aan de senatus contractus en aan het moderamen. Daardoor zou met name voorkomen worden, dat in de periode van mei tot november, wanneer de gewone senaatsvergaderingen plegen achterwege te blijven, allerlei stukken onnodig lang op afdoening wachten. Een ander vraagstuk, maar niet geheel los staande van het juist genoemde, vormt het wetenschapsbeleid op langere termijn. Dat de reformatorische christenen hier te lande in het algemeen en de Vrije Universiteit in het bijzonder een verantwoordelijkheid dragen voor de uitbouw van het wetenschappelijk onderwijs in hun geest, zal wel niemand ontkennen. De vraag is, hoever deze verantwoordelijkheid reikt, en onmiddellijk daarbij aansluitend, welke taken nog ter hand genomen moeten worden en in welke rangorde. Directeuren hebben, gevolg gevend aan een desbetreffend verzoek van de senaat, een aantal personen binnen en buiten de universiteit bereid gevonden zitting te nemen in een commissie, die deze vraagstukken zal bestuderen. Zij werd 7 februari j.l. geïnstalleerd, en is inmiddels onder leiding van mr. Joh. Meynen met haar werkzaamheden begonnen. Enkele aspecten van deze problematiek kwamen trouwens ook reeds, mèt de daarmee samenhangende kwestie van de financiering der universiteit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Jaarboeken | 166 Pagina's