Jaarboek 1963-1964 - pagina 75
overdrachtsrede
A.ant(ienlyke Vergadering In de rede, waarmede hij op 17 september 1947 voor de derde maal het rectoraat overdroeg - een rede, die alleen reeds in de herinnering behoort te blijven voortleven om de sprankelende uiteen2etting over de functie van de pedel-, omschreef R. H. Woltjer de taak van de Rector Magnificus als volgt. „Krachtens het geschreven recht (het ongeschrevene, waarnaar mijn toenmalige ambtsvoorganger in 1911 verwees, kan hier beter buiten beschouwing blijven) is de taak van den Rector Magnificus in hoofdzaak een viervoudige: ie. Hij is voorzitter van den Senaat (of eigenlijk: de voorzitter van den Senaat is Rector Magnificus) en heeft als zodanig diens vergaderingen te leiden en voor de uitvoering van het daarin beslotene te zorgen; 2e. Hij vertegenwoordigt naar buiten den Senaat (c.q. met den Secretaris), en - wat niet altijd voldoende in het oog schijnt gehouden te worden - ook de Universiteit; 3 e. Hij heeft zorg voor de inschrijving der studenten, terwijl ook de oefening van toezicht en tucht op dezen, al is die niet, gelijk aan de Rijksuniversiteiten de handhaving der laatste (art. 166), rechtstreeks aan hem, maar aan den Senaat opgedragen, uiteraard toch niet buiten hem om gaat; 4e. Eindelijk wordt van hem verwacht, dat hij ter gelegenheid van den Dies Natalis der Universiteit in het openbaar een wetenschappelijke redevoering houdt". Merkwaardig is, dat de 20 nauwkeurige Woltjer niet als vijfde taak van de rector noemde diens reglementaire plicht een verslag te geven „van de lotgevallen der universiteit in het afgelopen studiejaar". Staande aan het einde van mijn ambtsperiode, meen ik te kunnen zeggen, dat deze laatste plicht zeker niet de lichtste van de rector is. Is het reeds moeilijk vast te stellen wat de lotgevallen der universiteit zijn, deze zo te verhalen, dat het auditorium niet na korter of langer tijd gewild of ongewild zich aan de slaap overgeeft, vereist een fantasie en een levendigheid van voordracht, waarover slechts weinigen beschikken. Intussen, ik heb ten afscheid wel wat op mijn hart en ga
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Jaarboeken | 172 Pagina's