Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Jaarboek 1965 - pagina 65

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jaarboek 1965 - pagina 65

2 minuten leestijd

dit terrein brachten hem herhaaldelijk in contact met theologen. De waardering van zijn werk op het terrein van pastorale psychologie kwam tot uitdrukking in een leeropdracht uitgaande van de theologische faculteit van de Rijks Universiteit te Utrecht. Deze leeropdracht heeft hij van i960-1964 vervuld. Na het emeritaat van Prof. Dr. L. van der Horst werd zijn leeropdracht aan de Vrije Universiteit uitgebreid met het onderwijs in de niet-organische psychiatrie. In datzelfde jaar volgde zijn benoeming als hoogleraar-directeur van de Valeriuskliniek. In deze functie gaf hij blijk van zijn organisatorische kwaliteiten. Het is hem echter niet vergund geweest zijn taak, die hij met zoveel enthousiasme had aangevangen, te volbrengen op de wijze die hij zich had voorgesteld. Nog eerst in het begin van zijn loopbaan heeft de Heer hem tot Zich geroepen. Het is voor degenen die achterblijven een moeilijk te begrijpen beschikking geweest. Naar de mens gesproken kon er nog zoveel van hem worden verwacht. Zijn vrouw en zijn vrienden voelen dit smartelijk verlies het meest direct, maar ook in de kring van onze universiteit nam collega Janse de Jonge een zo grote plaats in dat zijn heengaan een verlies betekent. Als decaan van de medische faculteit heeft hij intensief meegewerkt aan de opbouw van deze nog zo jonge studierichting aan onze universiteit. Zijn wetenschappelijk werk wordt gekenmerkt door een wel haast aarzelende benadering van de problemen. Zijn openheid behoedde hem voor conventionele verstarring en vooringenomenheid. Typerend voor zijn wetenschappelijke attitude was de bescheiden wijze waarop hij de vraagstukken van de christelijke wetenschap benaderde. Met de voor hem zo karakteristieke wetenschappelijke twijfel vroeg hij zich af of de eisen en pretenties die men in het verleden ten aanzien van christelijke wetenschap gesteld heeft, wel juist waren. Voorts achtte hij het een gevaar om tegenover niet-gelovigen te pretentieus te zijn. Een dergelijke houding is - zo meende hij - kwetsend en niet dienstig voor de goede zaak. Hij pleitte voor begrip, voor ruimte en vrijheid waarbinnen de wetenschap zich kan bezighouden met haar problemen. Er zijn naar zijn mening nog zo weinig vaste punten aan te geven. 63

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Jaarboeken | 198 Pagina's

Jaarboek 1965 - pagina 65

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Jaarboeken | 198 Pagina's