Jaarboek 1965 - pagina 183
lange termijn prognoses, d.w.z. over een periode van 5 jaar. De genoemde moeilijkheden tonen duidelijk aan dat het maken van ramingen van de toekomstige behoefte of de toekomstige vraag een riskante bezigheid is, welke slechts tot zeer onzekere uitkomsten kan leiden. En deze onzekerheid telt zwaar wanneer men in het volgende stadium der berekeningen tracht vast te stellen welke aantallen studenten in de verschillende studierichtingen nodig zullen zijn om te verzekeren dat in de geraamde behoefte voor, laten we maar weer zeggen 1980, kan worden voorzien. We krijgen dan nameUjk te maken met een parallel van wat in de economie gewoonhjk wordt aangeduid als het acceleratiebeginsel. Laten we een eenvoudig voorbeeld nemen. Stel dat in een land 10.000 ingenieurs werkzaam zijn; zij werken 40 jaar, van hun 25e tot hun 65e jaar. Elk jaar worden er 10,000 gedeeld door 40, dat is 250 gepensionneerd, die worden vervangen door 250 pas afgestudeerden. De vervangingsbehoefte is dus 250 per jaar. Stel nu dat er plotseling i % ingenieurs meer nodig zijn, dus 100 meer. Er moeten dan niet 250 ingenieurs afstuderen maar 350, 40 % meer. Dit is een sterk gechargeerd voorbeeld, omdat hier een plotselinge verandering in de behoefte is verondersteld, die gedurende één jaar tot een zeer sterke toeneming van nieuwe afgestudeerden moet leiden, terwijl daarna de vervangingsbehoefte weer daalt tot iets boven het oude peil. Maar ook wanneer men het voorbeeld gecompliceerder en daardoor realistischer maakt, blijft de grondgedachte gelden dat betrekkelijk kleine veranderingen in de behoefteramingen leiden tot relatief veel groter veranderingen in de aantallen studenten welke nodig zijn om in de berekende behoefte te voorzien. Men kan deze zaak ook van de andere kant bezien. Uitgaande van de aantallen studenten die in feite een bepaalde studierichting kiezen, kan men vragen of bij deze aantallen aan de voor 1980 geschatte behoefte zal kunnen worden voldaan. De conclusie zal dan bv. zijn dat er een tekort dreigt te ontstaan. De gevoeligheid van deze conclusie voor veranderingen in de behoefteramingen kan echter vrij groot zijn, d.w.z. het is heel wel denkbaar dat reeds een betrekkelijk kleine wijziging in de behoefteramingen tot een tegengestelde conclusie zal leiden, dus geen dreigend tekort maar een dreigend overschot. i8i
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Jaarboeken | 198 Pagina's