Jaarboek 1965 - pagina 93
Hoopt men aan de ene kant op een gunstig investeringsklimaat, op rust, op stabiliteit, op goede financiële spelregels, op garanties voor de investeerder, aan de andere kant - onze kant - moet een enorm begrip getoond worden voor de bij deze jonge volken bestaande angst voor economische buitenlandse overheersing, voor onbegrip voor hun ontwikkelingspatroon, voor een benadering van de problemen met meer oog voor eigen winst dan voor het belang van het betrokken land. Kortom, er zijn op ons tal van regels van goed gedrag van toepassing die ons er voor moeten behoeden in het jaar 2000 tegenover de overgrote meerderheid van het menselijke ras nog steeds te staan als the ugly white man, the ugly rich man, the ugly Westerner. Wij moeten er ook voor waken met de in het begin zeker nog noodzakelijke technische verantwoordelijkheden, ook andere verantwoordelijkheden tot ons domein te rekenen. Integendeel, de eigen verantwoordelijkheid van de jonge landen, van de ontwikkelingsvolken, moet een belangrijk element zijn in het streven naar een gelijkwaardige plaats in het economisch wereldbestel. Wij moeten begrip hebben en het daaruit voortvloeiend „goed gedrag" voor de verhoudingen tussen bevolkingsgroepen, industrieel, agrarisch. Laat ons niet vergeten dat alvorens afnemers te worden van industriële produkten, miljoenen en nog eens miljoenen mensen eerst geen honger moeten hebben. Bevordering van de agrarische ontwikkeling, met een apparatuur aangepast aan klimaat, bevolkingsstructuur en technische ontvankelijkheid, zal bij de investeringen goede, veelal de beste aandacht moeten hebben. Ook hier is plaats voor particuliere investeringen, onder andere in de produktie van een geheel eigen in véle gevallen eenvoudiger machinepark. Uit een op meer technische leest geschroeide agrarische produktie kunnen dan de arbeidskrachten vrij gemaakt worden voor de industrie. Hieriut vloeien grote problemen voort ten aanzien van de scholing en her-oriëntatie van de opgroeiende jeugd in de landbouwstreken, welke facetten ook onze goede en vrienschappelijke aandacht behoeven. Mijn betoog zou 20 welhaast oneindig door kunnen gaan, Ieder probleem opent andere problemen. Ik heb slechts enkele er van kunnen aanstippen, waarbij mijn aandacht ditmaal vooral viel op een gebonden verantwoordelijkheid tussen 91
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Jaarboeken | 198 Pagina's