Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Jaarboek 1965 - pagina 180

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jaarboek 1965 - pagina 180

2 minuten leestijd

over hun toekomstige plaatsingsmogelijkheden. Het is een interessante vraag of de student primair een studierichting kiest dan wel een toekomstig beroep. Blijft dan echter nog de mogelijkheid dat de ouders zich meer intensief bezighouden met de toekomstmogelijkheden van hun zonen en dochteren, in relatie tot de gekozen studierichting. In ieder geval kan het verschaffen van inzicht in de toekomstige arbeidsmarkt voor academici aan degenen die op deze markt hun diensten hopen aan te bieden, de studerenden van nu, het evenwicht tussen aanbod en behoefte bevorderen. Baseert men zijn studiekeuze niet op de toekomstverwachtingen ten aanzien van de arbeidsmarkt, maar op de huidige verhoudingen, dan kan er een permanente verstoring van het evenwicht ontstaan. Is er nu een overschot, dan kiezen weinig studenten de betrokken studierichting, hetgeen na een aantal jaren, afhankelijk van de studieduur, leidt tot een tekort op de arbeidsmarkt. Aangelokt door dit tekort komen er relatief veel studenten, hetgeen na een aantal jaren weer tot een overschot op de arbeidsmarkt aanleiding geeft, en dan begint de cyclus opnieuw. In de economie is dit een welbekend effect, dat in allerlei vormen voorkomt. Het wordt daar gewoonlijk aangeduid met een naam die voor ons huidige onderwerp wat minder passend is: de varkenscyclus. Ook de overheid is uiteraard ten zeerste geïnteresseerd in het bewaren van het evenwicht op de arbeidsmarkt. Bovenstaande overwegingen leiden ook tot de conclusie dat prognoses van aanbod en behoefte alleen dan zinvol kunnen zijn, indien zij betrekking hebben op een niet te korte periode, laten we zeggen 15 tot 20 jaar. Men kan geen bouwprogramma's baseren op de verwachtingen inzake het aantal studenten voor de eerstvolgende paar jaar. En indien men het evenwicht tussen aanbod en behoefte wil bevorderen moet men, in verband met de lange studieduur, inzicht geven in de arbeidsmarkt zoals die er naar verwachting over zo'n 10 a 15 jaar uit zal zien. Tot zover de betekenis van prognoses van behoefte en aanbod. N u wil ik dan iets nader ingaan op de mogelijkheden - en onmogelijkheden - om dergelijke vooruitberekeningen op wetenschappelijk verantwoorde wijze op te stellen. De meest principiële moeilijkheden ondervindt men bij het maken van behoefte-prognoses. De moeilijkheden beginnen 178

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Jaarboeken | 198 Pagina's

Jaarboek 1965 - pagina 180

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Jaarboeken | 198 Pagina's