Jaarboek 1965 - pagina 47
richtingen wiskunde, natuurkunde en scheikunde, waarvoor zich in totaal tien gegadigden aanmelden en voor het wiskundeonderwijs aan dit geschakeerde gezelschap en aan een aantal van elders overgekomen candidaten is alleen Koksma aanwezig. N u moet men zich, om een juist beeld van de situatie te verkrijgen, natuurlijk wel realiseren, dat het universitaire wiskunde-programma in 1931 nog vrijwel geheel een klassiek karakter droeg; de vakken voor het candidaatsexamen a waren bijvoorbeeld: diflFerentiaal- en integraalrekening, hogere algebra, analytische meetkunde, beschrijvende en projectieve meetkunde. Maar dit neemt niet weg, dat de taak, waarvoor Koksma zich alleen gesteld zag, toch aan de overige universiteiten over tenminste twee hoogleraren en één lector was verdeeld. De officiële onderwijsverslagen over die eerste jaren melden dan ook steeds 10 a 11 college-uren per week, waaronder twee voor candidaten. Naar Koksma later meer dan eens heeft verteld, is echter het werkelijk gegeven aantal uren in sommige weken, (vermoedelijk tegen het einde van de cursus) wel tot 14 opgelopen. Een enorme voorarbeid moet aan het verzorgen van zoveel lessen verbonden zijn geweest, vooral daar aanvankelijk alle colleges nieuw moesten worden bewerkt. Des te meer bewondering wekt het, dat de gemaakte aantekeningen vóór de aanvang van elk college in een tas werden opgeborgen, welke tas in het algemeen niet naar de zaal werd mede genomen. Een gewoonte, die tot het einde toe werd volgehouden, zij het dat Koksma de laatste jaren behoefte had een aan tussenuur tussen twee colleges over uiteenlopende stoffen. Doordat hij zo los van enig papier sprak, kon Koksma zijn stof met grote levendigheid voordragen. Hij stelde veel prijs op contact met zijn gehoor en trachtte uit de blikken van de studenten af te lezen of zij het betoog volgden en begrepen. De omstandigheid, dat hij een vroeger bewezen resultaat, dat hij later wilde toepassen, op het bord moest terugvinden, benutte hij dikwijls om door het stellen van vragen zijn toehoorders te laten meedenken bij het oplossen van de aan de orde zijnde problemen. Een aanstekelijk enthousiasme, dat hij koesterde voor vrijwel alle onderwerpen, die hij behandelde, deed hem vaak de tijd vergeten of soms bewust overschrijden, als hij het jammer vond een fraaie gedachtengang halverwege te moeten onderbreken. Deze speciale konsekwentie van een 45
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Jaarboeken | 198 Pagina's