Jaarboek 1965 - pagina 184
Onze conclusie ten aanzien van de technische mogelijkheden van het maken van prognoses op lange termijn van de behoefte aan academici moet dus vrij negatief zijn. Afgezien daarvan kan men echter ook nog enkele meer principiële bezwaren aanvoeren. In de eerste plaats: waarom zouden we het behoefte-begrip beperken tot de nationale behoeften. Er bestaan nog grote mogelijkheden voor academici tot het verlenen van hulp aan ontwikkelingslanden, al zijn voor de ene studierichting de mogelijkheden groter dan voor de andere. De behoeften van de verre naaste zijn in menig opzicht veel groter dan de nationale behoeften. Opleiding van academici voor hulp aan ontwikkelingslanden is stellig niet een van de minst efficiënte vormen van technische hulpverlening. In de tweede plaats valt bij het maken van behoefteramingen en het gebruik daarvan in de onderwij splanning het accent sterk op het onderwijs als factor ter bevordering van de economische groei. Juist in verband daarmee is er de laatste jaren veel belangstelling gekomen voor het onderwijs als object van economische analyse. Zoals men al lang spreekt van landbouweconomie, verkeerseconomie e. d. spreekt men de laatste jaren ook van onderwijseconomie. Het nationale produkt - de hoeveelheid goederen en diensten welke een volkshuishouding voortbrengt - wordt in belangrijke mate bepaald door de hoeveelheid arbeid - het aantal arbeidskrachten - en de hoeveelheid kapitaalgoederen machines e. d. - waarover een land beschikt. Maar men kan toch niet de groei van het nationale produkt geheel uit de ontwikkeling van deze beide factoren verklaren. Voor de onverklaarde rest vindt men allerlei aanduidingen: technologische ontwikkeling, technische vooruitgang, menselijke factor, organisatie, derde factor, restfactor. Deze veelheid van namen vormt het beste bewijs dat men er eigenlijk geen raad mee weet. Zoveel is zeker dat verbetering van het onderwijs een belangrijke rol speelt. Soms identificeert men de genoemde derde factor zelfs zonder meer met onderwijs, anderen zien de invloed van het onderwijs in de verbetering van de kwaliteit van de factor arbeid en van de factor kapitaal: beter geschoold personeel, betere machines, enz. De kosten van het onderwijs zijn dus, economisch gezien, een investering. Zoals men de economische groei kan bevorderen door het aan182
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Jaarboeken | 198 Pagina's