Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Jaarboek 1965 - pagina 43

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jaarboek 1965 - pagina 43

2 minuten leestijd

I N MEMORIAM PROF. DR. J. F. KOKSMA Wie 2ich indenkt voor welke problemen de colleges en commissies zich gesteld zagen, die tegen het einde van de twintiger jaren de stichting van een wis- en natuurkundige faculteit aan de Vrije Universiteit hadden voor te bereiden; wie de somtijds heersende spanning aanvoelt, wanneer hij in de gedrukte verslagen leest, dat reeds hoogleraren voor scheikunde en natuurkunde werden benoemd en dat men hoopt ook spoedig tot de benoeming van een hoogleraar in de wiskunde te kunnen overgaan; wie zich realiseert, dat nauwelijks één van de functionarissen volledig beseft zal hebben, welke omvangrijke taak de toekomstige docent in de wiskunde zou wachten; die moet het wel beschouwen als een bijzondere zegen over onze universiteit, dat zich juist in die periode onder haar geestverwanten een jonge wiskundige bevond, die met zoveel gaven begiftigd was, als aan Koksma geschonken waren. ') Het kost weinig moeite zich voor te stellen welke vragen Koksma met zijn bijzondere zorgvuldigheid zou hebben opgeworpen, wanneer hij lid van de voorbereidingscommissie was geweest. Stond het wel vast, dat men geen in aanmerking komende mathematicus over het hoofd had gezien ? Zou geen der oudere wiskundigen uit de kring rondom de universiteit zich gepasseerd kunnen voelen ? Was het voor de verdere ontwikkeling van een veelbelovende jonge onderzoeker niet nadelig, wanneer hij reeds zó vroegtijdig met een zware taak werd belast? En het verwondert dan ook in het minst niet, dat hij aan het einde van zijn inaugurele oratie op lo oktober 1930 na de Colleges van Directeuren en Curatoren bedankt te hebben voor het in hem gestelde vertrouwen voortgaat: ,,Gij weet in welke mate dit vertrouwen mijn zelfvertrouwen overtrof". Maar het tekent ook Koksma niet alleen zoals hij wilde zijn, maar ook zoals hij gedurende zijn ruim vierendertigjarig professoraat geweest is, wanneer hij zijn woorden besluit: ,,daarom moge U uit het feit, dat ik deze eervolle benoeming ') Tekst van het herdenkingscollege uitgesproken op 21 jan. 1965. 41

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Jaarboeken | 198 Pagina's

Jaarboek 1965 - pagina 43

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Jaarboeken | 198 Pagina's