Jaarboek 1965 - pagina 48
bijzondere begaafdheid als docent is, dit zij eerlijkheidshalve vermeld, in de naoorlogse jaren, toen Koksma niet meer de enige docent in de wiskunde was, niet altijd geapprecieerd door de collega's, die volgens het rooster na hem college moesten geven. Welke onderwerpen op de verschillende colleges moesten worden behandeld, werd voor de candidaatsuren volledig bepaald door het reeds eerder genoemde vaste programma. Voor de doctoraaluren waren aanvankelijk alleen differentiaalvergelijkingen en complexe functietheorie aangewezen vakken, daar deze colleges uitsluitend gevolgd werden door studenten, die een doctoraalexamen met hoofdvak natuurkunde voorbereidden. Bij het begin van de cursus 1934/193 5 bleken er echter geen personen meer te zijn, die nog één dezer colleges moesten lopen en zo kwam er tijd beschikbaar voor het geven van een tweetal capita. Het is van belang hierbij even stil te staan vanwege de keus van de behandelde onderwerpen. Op het ene uur gaf Koksma namelijk een inleiding in de verzamelingenleer, hetgeen hij daarna met tussenpozen van ongeveer drie jaren herhaalde. Er zullen weinig afgestudeerde leerlingen zijn, die niet in één hunner studiejaren het college verzamelingenleer, waaraan Koksma zelf zeer gehecht was, hebben gevolgd. Als onderwerp voor het tweede caput werd gekozen ,,Hogere Meetkunde", waarbij de stof o.m. werd bewerkt aan de hand van een negentiende eeuws synthetisch meetkundig boek van Cremona. Deze op het eerste horen onverwachte keus berustte enerzijds op de vrees, dat de opleiding te eenzijdig analytisch zou worden. Anderzijds herinnert zij er aan, dat Koksma, toen hij in 1922, d.w.z. één jaar vóór het optreden van Van der Corput, in Groningen aankwam, zeer geboeid werd door het onderwijs van Barrau en daardoor zelfs een tijdlang overwogen heeft in de meetkundige richting verder te gaan. Zoals duideUjk konden colleges over speciale capita slechts met tussenpozen van enige jaren een plaats op de series verkrijgen en moesten deze daarom ook, als ze gegeven werden, door een zo groot mogelijk aantal toehoorders worden bijgewoond. Dit bracht Koksma er toe bepaalde colleges te bestemmen ,,voor alle studiejaren", een gewoonte, die hij, nog lang nadat de noodzaak er toe vervallen was, volhield. 46
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Jaarboeken | 198 Pagina's