Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Jaarboek 1965 - pagina 182

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jaarboek 1965 - pagina 182

2 minuten leestijd

functie een ingenieur gevraagd. Is het begrip „vraag" hier niet meer relevant dan het begrip „behoefte"? Van algemeen standpunt (macro-standpunt) is dit niet het geval, van het standpunt van het individu (micro-standpunt) wel. Voor de pas afgestudeerde ingenieur is het het meest belangrijk of er vraag is naar zijn diensten, hoewel het stellig ook niet zonder belang is of die vraag betrekking heeft op functies die werkelijk ingenieursfuncties zijn. Op het eerste gezicht lijkt het of de vraag kwantitatief beter grijpbaar is dan de behoefte. Maar waarom vraagt een bedrijf een ingenieur voor een functie die ook zou kunnen worden vervuld door een HTS-er ? Misschien als status-symbool, maar misschien ook omdat op een bepaald ogenblik het aanbod van ingenieurs zo ruim is dat men zich kan permitteren een ingenieur te vragen voor een functie waarvoor strikt genomen geen ingenieur nodig is. En als men dan probeert de vraag te meten meet men eigenlijk het aanbod. Als er evenwicht is op de arbeidsmarkt maakt dit niets uit, vraag en aanbod zijn dan aan elkaar gelijk, maar het gaat er nu juist om te ontdekken of er evenwicht is en dit lukt niet wanneer vraag en aanbod voor de waarnemer onontwarbaar zijn. Als men er al in zou slagen de begrippen behoefte of vraag voor het heden een concrete meetbare inhoud te geven, blijft natuurlijk de moeilijkheid van het extrapoleren naar de toekomst. De toekomstige structuur van de beroepsbevolking hangt nauw samen met de toekomstige technologische ontwikkeling. Daarbij denke men bv. aan de vraag wat de invloed van de voortgaande automatisering zal zijn op de werkgelegenheid, een vraag waarop nog weinig concreets valt te antwoorden. De toekomstige structuur van de beroepsbevolking hangt ook af van de economische ontwikkeling: de groei van het nationale inkomen, het verloop van de arbeidsproductiviteit in verschillende bedrijfstakken, e. d. Prognoses van de structuur van de beroepsbevolking moeten dus tot op zekere hoogte een onderdeel vormen van prognoses van de economische ontwikkeling in het algemeen. Maar er bestaat vrijwel geen econoom die zich bezig durft te houden met het maken van prognoses over een termijn van 15 a 20 jaar. Het Nederlandse Centraal Plan Bureau b.v. concentreert zich in hoofdzaak op vooruitberekeningen voor één jaar en houdt zich pas sinds kort ook bezig met middel180

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Jaarboeken | 198 Pagina's

Jaarboek 1965 - pagina 182

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Jaarboeken | 198 Pagina's