Jaarboek 1965 - pagina 179
Men kan hieraan nog toevoegen: het onderwijs dat zij kiezen en waar zij dat wensen te volgen ? Het gaat dan niet alleen om de totale capaciteit van het wetenschappelijk onderwijs, maar ook om de verdeling van die capaciteit over de verschillende instellingen en om het creëren van eventuele nieuwe instellingen van wetenschappelijk onderwijs. Met name ten aanzien van de tandheelkunde en de medische opleiding is dit een actuele vraag. Laten we de zaak van economisch standpunt bezien (overigens zonder dat ik wil stellen dat economische overwegingen hier moeten prevaleren; ik kom daar straks nog op terug). De vraag dringt zich dan onmiddellijk o p : wat is de te verwachten behoefte aan academisch gevormden, en wat zou het het kosten om in die behoefte te voorzien. Arbeidskrachten zijn schaars, in het bijzonder academisch gevormden. Hoevelen daarvan moeten, om het zo uit te drukken, worden ,,gereserveerd" voor het opleiden van volgende generaties academici? Bouwcapaciteit is schaars. Hoe moet de beschikbare capaciteit worden verdeeld over de bouw van huizen, fabrieken, scholen en universiteitsgebouwen ? Bij een verdeling van schaarse middelen over verschillende aanwendingsmogelijkheden is een zekere afweging van kosten en nut onontkoombaar. Wil men de economische redenering nog een stap verder doorvoeren dan moet men ook nog rekening houden met het feit dat de opleidingskosten per student voor de verschillende studierichtingen sterk uiteenlopen. Het C.B.S. heeft enkele maanden geleden cijfers gepubliceerd over de exploitatieuitgaven per student per faculteit (dit zijn in hoofdzaak personeelsuitgaven, investerigen zijn niet inbegrepen). Deze lopen uiteen van ruim ƒ 14.000 per jaar voor de geneeskunde tot ƒ 2000 voor de economische studierichting. Als lid van de economische faculteit zou ik hier graag de conclusie uit trekken dat de economen het meest kostenminded zijn, maar het probleem is wel iets ingewikkelder. Hoe dit zij, indien men een economisch-wetenschappelijke basis wenst voor onderwijsplanning, dient men eigenlijk met deze kostenverschillen per studierichting rekening te houden. Maar behalve voor de beleidsinstanties kunnen behoefteberekeningen ook van nut zijn voor de studenten. Wellicht zijn er velen onder hen die zich niet zoveel zorgen maken 177
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Jaarboeken | 198 Pagina's