Jaarboek 1965 - pagina 178
orgaan is getiteld: „De ontwikkeling van het aantal academici tot 1980. Aanbod en behoefte". Een «««èoiiberekening verloopt, zeer globaal gesteld, als volgt: uitgaande van de toekomstige omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking, de percentages in bepaalde leeftijdsgroepen welke voorbereidend wetenschappelijk onderwijs zullen gaan volgen, het deel daarvan dat zal gaan studeren, krijgt men tenslotte als uitkomst hoevelen daarvan in verschillende jaren in de toekomst in diverse studierichtingen zullen afstuderen. We weten dan bv. hoeveel jonge medici in, laten we zeggen 1980, beschikbaar zullen komen, althans naar voorlopige raming. De fe/6o«//g-berekening heeft een heel ander uitgangspunt. Men gaat uit van de beroepsstructuur van de bevolking en tracht deze te extrapoleren in de tijd. Hoeveel personen zijn nu bv. in de industrie werkzaam en hoeveel zullen dat er in de toekomst zijn. Hoevelen daarvan zullen ingenieur moeten zijn. Nadat men aldus voor bv. 1980 de maatschappelijke behoefte aan ingenieurs, medici, economen enz. heeft bepaald, gaat men in de tijd terugrekenen om vast te stellen hoevelen in de jaren 1965 en volgende techniek, medicijnen enz. moeten gaan studeren om te bereiken dat aan de voor 1980 gestelde behoefte kan worden voldaan. Bij een behoefte-prognose rekent men dus eerst vooruit van 1965 naar 1980 en dan weer terug van 1980 naar 1965. We zullen het voorlopig bij deze globale aanduidingen laten en nu eerst de vraag stellen wat het doel van dergelijke berekeningen is of kan zijn. De zin van het maken van vooruitberekeningen inzake het te verwachten aantal studenten ligt voornamelijk in het gebruik dat de beleidvoerende instanties, zowel die van de instellingen van wetenschappelijk onderwijs zelf als de overheid, die het onderwijs vrijwel geheel financiert, daarvan kunnen maken. Gouverner c'est prévoir. Van het te verwachten aantal studenten hangt mede af hoe groot het docentencorps zal moeten zijn, en nog directer is het verband tussen aantal studenten en de investeringen in gebouwen en andere vaste activa welke nodig zullen zijn. Spreekt het vanzelf dat zodanige voorzieningen moeten worden getroffen, dat de redelijkerwijs te verwachten aantallen studenten het onderwijs kunnen volgen dat zij kiezen? 176
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Jaarboeken | 198 Pagina's