Jaarboek 1965 - pagina 190
langrijk rapport is uitgebracht door het „Committee on Higher Education" onder voorzitterschap van de econoom Lord Robbins. De voorstellen van het Robbins-Committee voor de ontwikkeling van het hoger onderwijs hebben als uitgangspunt dat „courses of higher education should be available for all those who are qualified by ability and attainment to pursue them and who wish to do so". Met andere woorden: geen behoefteramingen, het aanbod dient bepalend te zijn. Nu moet er wel bij gezegd worden dat het rapport Robbins geen voorstellen bevat tot wijziging van de toelatingseisen tot de Engelse universiteiten, welke toelating gebaseerd is op een vergelijkend examen. Potentieel is er dus nog wel een rem aanwezig om een al te ongebreideld uitleven van de individuele vrijheid te voorkomen. Het aanbod is in Engeland minder „autonoom" dan bv. in Nederland. Niettemin, het is een duidelijk uitgangspunt en men loopt daarmee weinig risico zolang er geen aanwijzingen zijn dat de grens van de opnamecapaciteit van de arbeidsmarkt voor academici ook maar bij benadering zou zijn bereikt. Uiteraard moeten dan niet alleen de vooruitzichten op korte termijn, maar ook die op lange termijn gunstig zijn, vanwege de reeds eerder besproken noodzaak van lange-termijnplanning op onderwijsgebied. Dit hangt er van af of de periode van gestage economische groei zal voortduren, hetgeen men niet op lange termijn kan voorspellen. Er zijn wel indirecte aanwijzingen voor dat, bij voortduren van de economische groei, er voorlopig geen bezorgdheid behoeft te bestaan voor een teveel aan academisch gevormden (zij het ook dat de situatie nogal sterk uiteen kan lopen voor verschillende studierichtingen). Deze aanwijzingen liggen hierin dat er in landen waar de maatschappelijke structuur vergelijkbaar is met die in Nederland maar waar het aantal academici relatief groter is, geen tekenen zijn van overschotten op de arbeidsmarkt voor academici. Bij een dergelijke vergelijking moeten we wel oppassen - zoals bij alle statistische vergelijkingen - omdat het niveau van het wetenschappelijk onderwijs van land tot land sterk kan verschillen. Maar wanneer men ziet dat in landen waar dit niveau wel vergelijkbaar is met het onze, als Frankrijk en Zweden, de deelneming aan het hoger onderwijs duidelijk hoger ligt dan in Nederland, zonder dat dit tot moeilijkheden op de arbeidsmarkt voor academici aani88
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Jaarboeken | 198 Pagina's