Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Jaarboek 1967 - pagina 163

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jaarboek 1967 - pagina 163

3 minuten leestijd

doelde, zouden de Alexandrijnen het nooit geaccepteerd hebben. Zij hebben óók „poésie verbale" beoefend (de Leidse Greacus van Groningen heeft er boeiend over geschreven), poëzie, die alleen door klankschoonheid betoverend werkt. Maar van taalmagie is bij hen geen spoor te vinden, laat staan, dat ze zich begeven hadden in de taalmetaphysica, waartegen collega Siertsema zich op det philologencongres van 1966 zo terecht gekeerd heeft. De Alexandrijnen staan midden in het intellectuele leven van hun tijd, en nemen daaraan deel. ,,L'art pour l'art" betekent voor hen, dat hun kunst een divertissement is (in de edelste zin van het woord). De scheiding, die door het aanheffen van de leus ,,l'art pour l'art" gemarkeerd wordt, is bij hen lang niet zo diep als bij de grote voorlopers van de huidige poëzie. Die staan afwerend tegenover de wetenschap van hun tijd. Hun kunst beoefenen ze ,,pour l'art", maar geven daaraan een veel meer dan artistieke lading. ,.Verlossing door de poëzie" zal P. N . van Eyck straks prediken. De ,,poésie pure", ontdaan van alle niet-poetische elementen (Nietzsche's „Kunst für Künstler"), moet die brengen. Sinds de i6e eeuw is veel veranderd. Toen werkte de kennismaking met de Alexandrijnse poëzie bevruchtend op de dichtkunst van de eigen tijd. N u zal men nog wel Aeschylus terug vinden bij Sartre en Propertius bij Pound, maar de dichters van Alexandrië zijn alleen bekend aan de philologen. Voor hen kan kennismaking met de moderne poëzie het perspectief van de Alexandrijnse dichtkunst wijzigen. Ze zullen zich ook verleid voelen tot een vergelijking, vooral wanneer ze beseffen, dat de Alexandrijnen geen ,,poésie p u r e " beoefend hebben in de zin van de grote Fransen der vorige eeuw. Dan zal het duidelijk zijn, dat de grote dichters van de laatste honderd jaren de Alexandrijnen ver overtreffen in poëtisch vermogen. Aan de vermetelheid van de tochten door de geest en door de taal, die wij nu kennen, hebben zij zelfs niet kunnen denken. En toch - het hoeft niet beslist burgerlijk zoeken van de veilige weg te zijn, als men het er voor houdt, dat ook in de vergelijking die zo veel bescheidener kunst (bescheiden in tweeërlei zin) haar recht van bestaan behoudt. En het is niet beslist een paradox, als men meent, dat die kunst in zekere zin puurder is, juist doordat ze niet zo streeft naar puurheid. G.J. de Vries 161

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Jaarboeken | 172 Pagina's

Jaarboek 1967 - pagina 163

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Jaarboeken | 172 Pagina's