Jaarboek 1967 - pagina 157
vlijtig bestuderen. Erkend moet worden: dikwijls wegens de geleerdheid, die ze schenkt en die ze veroorlooft te demonstreren. Maar dan komt Winckelmann, en met hem begint het nieuwe classicisme. Hij heeft vooral over de kunst gesproken, maar de invloed van zijn beschouwingen is ook in de studie der litteratuur groot geweest. Winckelmann heeft de kunst van de barok gehaat, en hij heeft de Alexandrijnse poëzie daarmee gelijk gesteld. Dat was een vruchtbaar begin; hij had hier op door moeten gaan. Haat kan soms scherp leren zien, en Winckelmann had toch al scherpe ogen. Hij had kunnen doorstoten naar het manierisme. Maar het is gebleven bij een tekening van de Alexandrijnen als geleerde pruiken en oppervlakkige kunstelaars; en dit heeft lang het beeld bepaald. Curieus eigenlijk, dat het strakke classicisme van Winckelmann zo aangeslagen is bij de wilde genieën van de praeromantiek, die „Pindarische oden" in vrije verzen maakten. Maar dat zij niet wilden weten van het kunstmatige, dat ze terecht bespeurden in de Alexandrijnse productie, valt te begrijpen. Zoals zo vaak, is ook hier Bilderdijk weer zelfstandig. Hij heeft allerlei van Callimachus vertaald (in een stijl, die wij nu moeiüjk kunnen waarderen). En daarbij heeft hij enkele bladzijden toelichting geschreven^), die van goed inzicht getuigen. Het woord ,,manier" (als in de schilderkunst gebruikt) valt. De behandeling van hetzelfde thema door Callimachus en Ovidius wordt vergeleken, en dan wijst Bilderdijk op de grotere eenvoud van de eerste. Een ander onderwerp (in een hymne) wordt „schraal" genoemd, maar heet ,,in zijne schraalheid" gelukkig behandeld te zijn. ,,Schraal" is een term van de antieke stijlleer; het woord kan prijzend gebezigd worden. De passage bij Bilderdijk is te beknopt om uit te maken, of hij de term als compliment bedoeld heeft. Callimachus zou hem zeker zo opgevat hebben. De echte romantiek wil niets weten van de Alexandrijnen. Men had kunnen verwachten, dat zij, met haar cultus van humor en ironie, enige sympathie had gevoeld voor de vaak ironische kunst van Callimachus en de zijnen. Maar de incompabilité d'humeur tussen de geïnspireerde genieën der roman1) Ik dank gaarne Dr. J. Bosch, die mij hierop opmerkzaam heeft gemaakt. 155
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Jaarboeken | 172 Pagina's