Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Jaarboek 1967 - pagina 61

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jaarboek 1967 - pagina 61

2 minuten leestijd

maar even zeker ook niet intolerant in de zin van „niet willen luisteren naar de tegenstander" (hij geeft bijv. Hammelsbeck in „En toch de Chr. school" het volle pond). Maar hij luistert om precies de zwakke plek te localiseren, zoals een veldheer de vijandelijke berichtendienst afluistert om beter te kunnen toeslaan. Op het gebied van de „ideeën" was hij niet vrij van een zekere mate van intolerantie - op dat van de persoonlijke verhouding echter niet (op enkele zeer zeldzame uitzonderingen na), in elk geval werden eenmaal bestaande persoonlijke vriendschapsverhoudingen niet ernstig aangetast bij aan den dag tredende meningsverschillen. In de tweede plaats zou ik het als eerste genoemde aspect willen noemen: zijn gelovig christen zijn. Waterink zelf zou bij deze woorden direct protesteren: dit is geen aspect, zou hij zeggen, maar de kern van mijn (van 's mensen) wezen. Terecht - hier ligt de kern van zijn wezen, dit is het beginsel van waaruit hij leefde, dit is de wortel van de eenheid des levens bij hem. Waterink wist zich in alles (en gedroeg zich in alles als) een kind van God, ,,kind des Vaders in Vaders wereld" niet als een onderscheiding uit verdienste, maar uit genade. Deze termen maken op sommigen van ons misschien een versleten, uitgeholde indruk - wie jan Waterink persoonlijk goed heeft gekend, heeft in hem kunnen ervaren wat deze uitdrukkingen werkelijk betekend hebben in zijn generatie en nog betekenen kunnen voor de mens. Wat betekenen zij dan ? Heel eenvoudig, zou Waterink zeggen: als een kind te leven, kinderUjk vertrouwend op onze Vader, uit dankbaarheid te leven en in het besef van een opdracht te leven - de opdracht om in dienst van God d.i. ook in dienst van de naaste te staan. Waterink's levensbeginsel was: zich geroepentevoelenalskind van zijn Vader in de wereld van zijn Vader te arbeiden - ook, zelfs speciaal, wat zijn wetenschapsbeoefening betreft. Denken en geloven waren bij hem zo innig verstrengeld, dat wat hij zeker wist vanuit zijn onvoorwaardelijk geloof aan Gods openbaring - zonder meer (zonder scrupules tegenover de wetenschappelijke conventies en spelregels van wat mag en niet mag) werd overgedragen in zijn wetenschappelijke constructies. Hierin past volkomen, dat de vraag naar de mogelijkheid van een christelijke wetenschap voor Waterink geen vraag was - ik hoop daar straks nader op terug te komen. 59

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Jaarboeken | 172 Pagina's

Jaarboek 1967 - pagina 61

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Jaarboeken | 172 Pagina's