Jaarboek 1967 - pagina 54
land - op zichzelf eigenlijk niet zo'n bijzonder verschijnsel was, maar dat het wel een probleem is, voor de Frisistiek althans, dat het Fries in Friesland, in die huidige Nederlandse provincie, ondanks alles heeft standgehouden, dat de ontfriesing zich hier te pletter liep en nog steeds te pletter loopt, waardoor en waarop ? Hierop moest ook onze vriend Fokkema een afdoend, een bevredigend antwoord schuldig blijven. Waren en zijn de Friezen, die „heilige rest", dan toch onverzettelijker dan vele van hun voorvaderen en vasthoudender, ook aan hun taal, die zonder twijfel voor hun een min of meer sacraal karakter heeft ? Ik weet, dat b.v. onze overledene thuis met zijn kinderen Nederlands (Hollands) sprak, maar dat de taal van de schriftlezing en het gebed de taal der Vaderen, dat is hier het Fries was. Hoe dan ook, de Friese beweging vond in deze jonge geleerde een kundig medestrijder, die niet schroomde staande temidden van kritische toehoorders, die doorgaans maar al te gaarne een „welwillende" kritiek op pas geleverd werk hebben, te spreken over: „ D e waardering van het Fries", Leiden '48 en „Over de groei van het Friese taaibesef", V.U. 1948, betogend dat hij als „Christen-Fries" vol moed de strijd voor het ideaal van een „Kristlik Frysk Fryslan" voortzette. Fokkema kon en mocht zo spreken, ook te midden van vele kritische collegae, want hij toonde maar al te vaak uit het goede wetenschappelijke hout gesneden te zijn, wanneer wij alleen maar denken aan zijn publicaties op het gebied van de Oudfriese taal- en rechtsbronnen, in welke reeks hij, op voortreffelijke wijze, enige codices uitgaf, boekwerken, die naar vormgeving en inhoud ieder rechtgeaard filoloog jaloers maken. Zoals wij reeds eerder aanstipten, bezat Fokkema een grondige kennis van de nu vaak ten onrechte ietwat versmade Historische Grammatica. Maar dat hij ook zijn sporen verdiende op het gebied van de moderne filologie, bewijst o.a. zijn„Fonologie van het Fries", waarvan de tweede druk in combinatie met de Fonologie van het Nederlands in 1961 verscheen, een boekwerk, dat inzicht verschaft in de problemen en resultaten van de moderne fonetiek en fonologie in het algemeen, en in de structuur van de Friese taal in het bijzónder, een boek, waarin Fokkema niet 52
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Jaarboeken | 172 Pagina's