Jaarboek 1967 - pagina 150
Aeschylus en Aristophanes de teksten schrijven !) Maar de tragedie was aan het eind van de 5 e eeuw gestorven (al is men natuurlijk tragedies blijven schrijven en opvoeren, ook in Alexandrië - men kan nooit schematiseren). De dithyrambe ook - „nog stommer dan een dithyrambe" is een zegswijze in de 4e eeuw. De 4e eeuw had onder de invloed van de rhetorica het kunstproza zien opbloeien. Maar Alexandrië kende geen volksvergadering, had dus geen behoefte aan welsprekendheid (daardoor is de Alexandrijnse poëzie opvallend gevrijwaard gebleven voor het gevaar, dat de rhetorica betekend heeft voor de Griekse litteratuur van 400 v. Chr. af en voor de Latijnse, zolang als er Latijn is geschreven - let wel: gevaar; de rhetorica heeft ook goede kanten waarvoor men juist in de laatste decennia weer meer oog krijgt). Als nu de Alexandrijnen zich met duidelijke voorkeur wenden naar de stijlvormen van voor de bloei van Athene, is het dan, omdat die Atheense kunst op het volk gericht geweest is, of omdat ze die Atheense vormen als afgestorven beschouwen? Of moet men die twee vragen niet scheiden ? Iets soortgeUjks doet zich voor bij hun houding tegenover de mythe. Een groot deel van de Griekse litteratuur leefde daarvan, vooral de tragedie. Nu kan men zeggen: de Alexandrijnen zijn rationalisten, ze geloven niet meer in de mythen. Zo kan men het eigenlijk niet zeggen - ook Sophocles heeft lang niet ,,in" alle mythen ,,geloofd", die hij ten tonele heeft gebracht. Stellig, de 3e eeuw is rationalistisch (het complementaire verschijnsel, het occultisme, komt al minder dan een eeuw later op). De Alexandrijnen genieten er van om onbekende varianten van oude mythen naar voren te halen of om bekende varianten in een nieuwe inkleding te brengen. Het is een spel: die mythen hebben geen realiteit voor hen; en daardoor is de achtergrond van hun werk beslist minder diep dan hij bij veel van hun voorgangers geweest was. Maar wanneer ze bepaalde stijlvormen schijnen te prefereren, waarin de mythe vrijwel geen rol speelt (het epigram bijvoorbeeld), is dat toch echt voor hen een stylistische kwestie, niet een ,,geloofsbeslissing". Hoe moeten deze dichters nu staan tegenover het oude epos ? Als men er aan denkt, welk een betekenis het erfgoed van Homerus voor heel het Griekse leven gehad heeft, beseft men, hoe belangrijk deze kwestie voor hen was. En nu zijn verschei148
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Jaarboeken | 172 Pagina's