Jaarboek 1967 - pagina 64
selijk leven". Dit impliceert dat hij weigert het begrip psychologie te reduceren tot het empirische, tot een samenstel van theorieën en hypothesen, die toetsbaar, verifieerbaar, etc. . . . wij kennen allen wel de tegenwoordig zo populaier (ik zou haast zeggen „ m o d e " geworden) termen. Waterink wijst, m.i. terecht, op de a priori beslissing in deze reductie. Ja. - als de wetenschap zus en zo is, dan kan er geen sprake zijn van christelijke wetenschap. Maar . . . de premissie is een voorwetenschappelijke afspraak - over de opportuniteit waarvan, zegt Waterink, de christen wèl degelijk een oordeel heeft, en wel een negatief, want de mens is religieus, en zijn wezenlijke kern mag men niet weg reduceren zonder de wetenschap omtrent het menselijk gedrag uit te hollen tot een oppervlakkige bezigheid. Ook het inWaterink's denken zo centrale principe van de eenheid des levens verzet zich tegen deze reductie. Als hiermee de psychologie als puur-empirische wetenschap onmogelijk wordt - so what! Zif'n definitie ziet de psychologie als de wetenschap van de levende mens, niet van een dode abstractie. In de bibliotheek van Dartmouth college (Hannover, New Hamshire) bevindt zich een grootse muurschildering, waar in de zinnebeeldige voorstelling der wetenschappen de psychologie wordt afgebeeld door een drietal in toga geklede geraamten, die een mens en een kindergestalte bezig zijn uit elkaar te plukken - zodat van hen ook slechts een geraamte overblijft. Waterink zou het met dit deel van de schildering wel eens geweest z i j n - n i e t met de rest, die in een optimistisch evolutionisme (we zijn tenslotte in een Amerikaans college) laat zien hoe de mensheid naar een rozige toekomst zich omhoog worstelt. Waterink komt echter niet verder dan het poneren van de mogelijkheid, ja de noodzakelijkheid van een christelijke psychologie, tot een concreet waar maken van deze stelling komt hij, helaas, niet. Wel herkent men zijn hiërarchie van waarden (of het een specifiek christelijke is, is de vraag) in zijn karakterologie. Deze is kennelijk geïnspireerd op die van Klages maar het is een principiële variant, waarin de structuur van velden en aspecten zijn ge-re-formeerd. De kern van het karakter is, volgens Waterink, het r^edelijk aspect. De grond van deze her-vorming is m.i. niet gelegen in empirisch feitenmateriaal, maar geboren uit een antropologische visie en de behoefte aan systematische ordening. 62
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Jaarboeken | 172 Pagina's