Jaarboek 1967 - pagina 62
In zijn „Theorie der Opvoeding" behandelt Waterink uitvoerig (zijn discussies zijn altijd breed en uitvoerig, ofschoon hij meestal begint te stellen, dat hij het probleem niet in al zijn breedte kan bespreken) de relatie van mens en overtuiging en het proces van overtuigen en overtuigd worden. En hij stelt, dat men evengoed kan zeggen, dat een mens een overtuiging bezit, als dat een mens door een overtuiging bezeten wordt. Nu, zo was hij ook: gegrepen, bezeten door zijn overtuiging dat in de Heilige Schrift God tot ons - niet alleen tot Jan Waterink maar tot de wereld en al haar inwoners - sprak. In zijn kinderlijk geloof voelde hij zich als 't ware bij God ,,als kind in huis". Dat kan wel eens gevaarlijk zijn (èn lastig voor anderen). Het identificeren van eigen opvattingen met die van God is daarmee nauw verwant en een nog-wel-eens voorkomend verschijnsel. En Waterink is aan dit gevaar niet steeds geheel ontkomen. Hij was tenslotte van origine een theoloog van de vorige generatie. Zijn onvoorwaardelijk geloof aan God's openbaring - zoals hij die interpreteerde - gaf zijn denken een sterk normatieve inslag - hij wist immers hoe het hoorde! Ik dacht, dat ik hier een tweede aspect van zijn wetenschapsbedrijf kon signaleren: het agogisch element heeft in zijn arbeid de overhand - in zijn arbeid in de Verenigde Faculteiten, waarin de psychologie en pedagogiek tezamen gingen, draagt het pedagogische het hoofdaccent. De psychologie, die hij doceerde en bedreef, heeft hij (m.i.) vooral gezien als een hulpmiddel, door de pedagoog èn de pedotherapeut te gebruiken om hun doelstellingen te bereiken. Hoezeer ook geïnteresseerd in theoretische, op de grens van het metapsychische liggende vragen - hij heeft vooral psychologie bedreven met het oog op de praktijk van de hulpverlening, het adviseren van jonge en oudere mensen, het helpen van jeugd in nood, het opleiden van professionals op beide gebieden. Dit was ook de oorspronkelijke drijfveer tot het besluit om, hoewel dominee in Appelscha, toch de studie der psychologie aan te vatten - een besluit dat tenslotte geleid heeft tot een ten dele loslaten van het,,heerlijk ambt" om te gaan pionieren op 't ongewisse gebied van een nog jonge wetenschap. Ook hier zou Waterink protesteren: het heeft hem niet geleid - Hij, God, heeft hem zo geleid! En inderdaad - hij zou weer gelijk hebben! 60
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Jaarboeken | 172 Pagina's